HomeDe beroepskeuze van de leerlingen bij het vakonderwijsPagina 7

JPEG (Deze pagina), 831.87 KB

TIFF (Deze pagina), 7.66 MB

PDF (Volledig document), 21.34 MB

5
opgewassen, al werpen bijomstandigheden (matige belooning en ge-
ringe vooruitzichten) een schaduw op het pad, of wanneer, bij wel-
iswaar uiterlijk gunstige omstandigheden, men later ongeschikt voor
l het beroep blijkt te zijn? Toch zeker het laatste, dat tot een dage-
lijksche marteling wordt en onherroepelijk totfiasco leidt. Bij het eerste
r is althans de mogelijkheid van een gelukkig leven niet uitgesloten.
Wij hebben in de eerste plaats dus noodig kennis van de per-
‘ soonlijkheid van het individu en voldoend inzicht in den aard van
den te verrichten arbeid,
Het ligt voor de hand, dat jongens en meisjes zoowel als hun
ouders slechts een beperkt inzicht hebben in een of ander
beroep, waarmee zij toevallig in aanraking zijn gekomen. ln den regel
is het een abstract begrip zonder concrete voorstellingen, wáárin de
arbeid nu eigenlijk wel bestaat. Meermalen, wanneer ik een meisje
den wensch hoorde uiten, pleegzuster te willen worden, kreeg ik op
de vraag waarom'? het iet of wat vage, idealistische antwoord: om-
, dat je dan zooveel voor anderen kunt zijn, zonder dat zich daaraan
J. verbond het besef, dat dit ,,veel voor anderen zijn" in de eerste
plaats bestaat in de meest prozaïsche en niet altijd verkwikkelijke
zorg voor lichamelijke behoeften van dikwijls veeleischende en on-
T vriendelijke patiënten.
Uit enquêtes bij jongens en meisjes, die de lagere school ver-
laten, blijkt dat de meeste kinderen wèl een bepaalden wensch hebben.
Vraagt men echter het waarom, dan krijgt men de meeste naïeve ant-
woorden te hooren, slechts zelden weloverwogen motieven. Een of
I andere aantrekkelijke zijde van een beroep is voldoende, om de keuze
j te bepalen. Bij tramconducteur, matroos, chauffeur, kinderjufirouw,
j actrice voelt men dit reeds bij voorbaat. Een jongen wilde letter-
jj zetter worden, omdat hij dan van alles te lezen kreeg; een ander
kellner in een restauratie, omdat hij dan iederen dag kon kiezen,
. E wat hij wilde eten. Zeker is, dat het lijstje er heel anders uit zou
, zien, als de kinderen ook maar ééns de werkelijkheid in hetge-
wenschte beroep konden aanschouwen. Omgekeerd zou dikwijls voor-
oordeel tegen een vak opgeheven worden. Een jongen, die het voor-
stel van den directeur van de ambachtschool, om bij het metselvak
te gaan, als minderwaardig verweggeworpen had, werd geheel be-
, keerd, toen hem werd getoond, wat de leerlingen in de opleidings-
l jaren hadden gemaakt.