HomeDe beroepskeuze van de leerlingen bij het vakonderwijsPagina 6

JPEG (Deze pagina), 805.60 KB

TIFF (Deze pagina), 7.66 MB

PDF (Volledig document), 21.34 MB

4
Herhaaldelijk was ik in de gelegenheid, de vraag te stellen, j
waarom juist dit of dat vak en geen ander gekozen was en hoe zel-
den was dan het antwoord: omdat het werk mij zoo toelachte.
Alleen het kunstgebied maakt hierop een gunstige uitzondering; hier
wordt de arbeid om zijns zelfs wille gezocht. ,
Het knapste philosophische betoog, dat er geen to eval be-
staat, wordt weerlegd door een staalkaart van de motieven bij de
beroepskeus. ­
Nu weet ik wel, dat ook zonder voorliefde voor een bepaalden
arbeid een groot deel, laten wij desnoods zeggen de meerderheid, der -
. arbeiders in hun vak behoorlijk voldoen. Desondanks is het te be-
treuren, dat er slechts zelden sprake is, van wat men noemt een
rationeele beroepskeuze. Of machinebankwerk een goed vak is in
dien zin, dat het ruim werkloon oplevert en goede vooruitzichten
heeft met veel vraag op de arbeidsmarkt, mag nog zoo belangrijk zijn,
I bij de concrete vraag, wat een bepaald individu moet worden, is het
, een motief van de tweede orde. _
E Wat dan wel het hoofdmotief moet zijn? ,_
De geschiktheid van den persoon beschouwd
j in verband met den aard van den arbeid. lsditeigen~ ij
lijk niet simple comme bonjour, en is het daarom niet merkwaardig, E
E dat juist deze twee factoren bij de beroepskeuze zoo verwaarloosd W
worden? lk wil daarmee niet zeggen, dat wanneer die geschiktheid
‘ volkomen past in het kader van een beroep, dit ook à tort et a
j travers gekozem moet worden. Natuurlijk niet! Die andere motieven
h van sociaal­oeconomisclien aard, mogen ten slotte van doorslaande l
beteekenis zijn, mits het voornaamste niet wordt verwaarloosd en {
A de vraag vooraf ging, welke arbeid, krachtens den aard en aanleg
3 van den betrokken persoon, het meest verkieselijk zou zijn. Heeft
E men inderdaad stil gestaan bij deze overwegingen, dan is toch reeds
, iets bereikt. Verheldering van inzicht maakt het dan mogelijk een _ ë
t arbeidsveld te kiezen, dat althans in dezelfde lijn ligt, zoodat de capa- j
citeiten en neigingen van het individu toch tot haar recht komen.
x De meerdere specialiseering, die het noodzakelijk gevolg is, van de ·
steeds hoogere eischen in bijna ieder beroep, geeft daartoe dikwijls
' gelegenheid. Volgt men dit richtsnoer zooveel mogelijk, dan is men
gevrijwaard tegen grove misgrepen. Wat zou méér fnuikend zijn, een
beroep te aanvaarden, waarin men tegen de gestelde eischen flink is
· l
'
’ t
l