HomeDe beroepskeuze van de leerlingen bij het vakonderwijsPagina 19

JPEG (Deze pagina), 770.60 KB

TIFF (Deze pagina), 7.66 MB

PDF (Volledig document), 21.34 MB

j. 17
Dit, wat het opwekken van de belangstelling bij de kinderen
betreft.
De ouders moesten in de 2 e helft van het laatste schooljaar uit-
genoodigd worden tot een bijeenkomst, waarin de onderwijzer of
een socioloog mededeelingen doet over herhalingsonderwijs, vakscho-
len, den aard van eenige belangrijke beroepen bespreekt en den weg
wijst, hoe, zoo noodig, verdere voorlichting bij de beroepskeuze is te
. verkrijgen.
Wanneer men door deze voorbereiding niets meer bereikte, dan
dat zoowel de kinderen als de ouders doordrongen werden van de
groote beteekenis van de levensvraag, die in ’t verschiet is, dan zou
reeds veel gewonnen zijn.
ti Er is in verband niet de beroepskeus reeds dikwijls gezegd, dat
E _ deze op te jongen leeftijd moet geschieden. Volkomen waar. Het
kind, dat de L. S. verlaat heeft nog geen levenservaring, waar hij
een keuze op kan gronden. Terecht is dit aangevoerd als motief voor
f de invoering van den 7-jarigen leercursus. Maar niet alleen, omdat
° het verlaten van de school een jaar later plaats heeft, is die uitbrei-
Q ding gewenscht. Het is 0 zoo noodig, dat het geestelijk peil verhoogd
wordt, zoowel als voorbereiding voor vakopleiding, als voor de hoo-
gere eischen, die het maatschappelijk leven stelt aan het individu,
als mensch en als staatsburger.
Het is vaak bedroevend te ontwaren, wat er na eenige jaren
van de schoolkennis is overgebleven. leder jaar verlenging van den
j schoolplichtigen leeftijd, beteekent tn toenemende mate hechtere en
meer blijvende resultaten van het onderwijs. Dit is juist voor de kin-
deren van de volksschool zoo noodig, omdat voor de meesten van
hen de L. S. de eenige gelegenheid is, waar aan hun algemeene ont-
wikkeling wordt gewerkt. ln Hamburg heeft men zelfs een 8-jarigen
leercurcus.
Naarmate de strijd om het bestaan moeilijker en ingewikkelder
wordt, des te dwingender wordt de noodzakelijkheid den leercursus
te verlengen. Trouwens de geschiedenis van het onderwijs heeft dit
reeds duidelijk aangetoond. Het is maar niet zoo toevallig, dat de
s mensch in tegenstelling met andere levende wezens, die reeds spoe-
dig volwassen zijn, jaren noodig heeft, om de periode van hulpbe-
hoevendheid te ontgroeien en een staat van ontwikkeling te bereiken,
l I