HomeDe beroepskeuze van de leerlingen bij het vakonderwijsPagina 15

JPEG (Deze pagina), 763.02 KB

TIFF (Deze pagina), 7.67 MB

PDF (Volledig document), 21.34 MB

‘;< er ~ ‘v#· ä i ` ` " " ‘` i r om H een ‘
l
‘ A 13
f ` men zijn conclusie trekt, indachtig dat we te doen hebben met een
·» jonge wetenschap, die nog in ontwikkeling is. Wie zou evenwel
__ durven beweren, dat b.v. het geneeskundig lichamelijk onderzoek in
j _ een vroegere periode wel achterwege had kunnen blijven, omdat het
u ­ peil, waarop nieuwere onderzoekmethodes staan nog niet was bereikt?
_ Als tweede bezwaar is wel eens aangevoerd, dat een zoo breed
opgevat onderzoek, toegepast bij de kinderen van de volksschool, een
‘ onbegonnen werk zou zijn. Dat het veel moeite en tijd vergt, hebik
_ _· j_ aan den lijve gevoeld. lk weet hierover mee te praten. Maar mag
, " men zich op dien grond er van at maken, waar het een zoo belang-
rijke zaak geldt? Het is trouwens volstrekt niet noodig, dat een dus-
. danig uitvoerig onderzoek op alle kinderen zou moeten worden toe-
X gepast.
. We mogen, en dit is een gelukkige omstandigheid, vertrouwen
hebben in het aanpassingsvermogen van den mensch, zoodat, wat de
praktijk van het leven ons dan ook inderdaad leert, een breede schare
van lichamelijk gezonde, en geestelijk tot de middelmaat behoorende
menschen voor den meesten arbeid geschikt is. Maar naast deze kleur-
` looze massa zijn twee categorieën, die meer in het bijzonder de aan-
dacht vragen. Zij, die boven het gemiddelde peil uitgaan, wier nei-
ging en capaciteiten hoogere verwaehtigen wettigen en zij, die staan
op een trap beneden het gemiddelde. Het is voor henzelf, maar ook
voor de maatschappij van belang, dat de eersten niet in groote massa
verloren gaan en dat de laatsten geholpen worden bij de de vraag,
waartoe zij, hun ongunstige aanleg in aanmerking genomen, nog
‘ geschikt zijn. i
Het is alleszins de moeite waard, door grondig onderzoek bij de
. meer bevooriechten te bepalen, waartoe hun bijzondere geschikt-
heid kan voeren en bij de zwakke broertjes en zusjes de mate van
' beperktheid vast te stellen, waardoor derze gevrijwaard worden zich
te wagen aan een beroep, waarin zeker scliipbreuk zullen
` « lijden.
i Toen een verslaggever van de Arnhemsche contant naar aanlei-
· . ding van een discussie over beroepskeuze in den gemeenteraad sma-
j ‘ _ lend schreef, dat de heele kwestie hierop neer kwam, dat na velerlei
onderzoek dan uitgemaakt kon worden, dat een jongetje maar put-
_ jesschepper moest worden, toonde hij daarmee aan niet het nuttelooze
van beroepskeuzevoorlichting ook voor de minder bevoorrechten,
. l jl