HomeDe beroepskeuze van de leerlingen bij het vakonderwijsPagina 14

JPEG (Deze pagina), 808.72 KB

TIFF (Deze pagina), 7.68 MB

PDF (Volledig document), 21.34 MB

` t ‘"ï;

12 ' - ‘
j psychologische experimenten brutaalweg ver strekkende conclusies
t worden getrokken, dan zou men recht van spreken hebben. Wanneer __ - -
3 dit psychologisch onderzoek evenwel beschouwd wordt als een _
studie van het individu, zeer zeker ook met behulp van het experi- _ `_
ment, maar niet minder zich grondend op alles, wat als betrouwbare N .
, gegevens is te verzamelen uit zijn voorgeschiedenis, zoo ver en zoo _
breed mogelijk genomen, dan durf ik staande houden, dat wie deze
j taak ernstig opvat, de innerlijke overtuiging voelt, dat hij gerechtigd ‘
V is, tot het uitbrengen van een advies, dat waard is bij de beroeps- _ · _
j keuze wel overwogen te worden. Trouwens, wanneer men na ge- .
j eindigd onderzoek de verzameling van gegevens voor zich heeft, dan
is het maar al te vaak verrassend, hoeveel men daarin vindt van .
E onwedersprekelijke positieve waarde.
Een paar eenvoudige voorbeelden tot toelichting. ..
Ik vertoon bij dezelfde verlichting een aantal strokenpapier van
dezelfde grootte, van grijze kleur in verschillende tinten met zeer
j" geringe verschillen, overgaande van licht grijs tot donker grijs.
j` Wanneer de een nu bij willekeurige, onregelmatige opeenvolging
van die tinten zonder haperen nauwkeurig herkent, of een tint lichter n
of donkerder is dan de voorafgaande en een ander grove fouten
jl maakt, dan kan dit bij den laatste het gevolg zijn van toevallige
j omstandigheden en mag dus bij deze, zonder meer, niet geconcludeerd _
worden, dat hij daarin te kort schiet; bij den eerste evenwel heeft de
' proef, die in een omvang geschiedt, dat toeval is uitgesloten, posi-
tieve waarde.
j Blijkt mij om iets anders te noemen, dat iemand in alle registers
j, minimale verschillen in toonshoogte herkent en de som van de gemaakte
fouten niet veel hooger is, dan die gemaakt worden door een uitste- .
j kend muziekleeraar en een geroutineerde pianostemmer, dan volgt
hieruit nog niet, dat de onderzochte persoon muzikaal is, maar bezit '
hij hierin toch iets positiefs, dat te meer waarde krijgt, als ook andere
j kenteekenen in die richting wijzen. Worden evenwel groote verschil- , -«
j. len in toonshoogte niet herkend, hoogere tonen zelfs als lagerwaar- ‘
j genomen en omgekeerd, dan mag, mits toevallig storende omstandig- · .
I heden zijn uitgesloten, de conclusie getrokken worden, dat muzikale j * .
j aanleg niet aanwezig, althans twijfelachtig is.
De betrouwbaarheid van ieder onderzoek hangt af van de wijze, l
j waarop het geschiedt en van de bezadigde voorzichtigheid, waarmee
i
jl
«