HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 92

JPEG (Deze pagina), 884.05 KB

TIFF (Deze pagina), 7.35 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

(
j ss
schung" (b.v. door het voorwenden van eene goede gezondheid).
ij`. De toestand in Duitschland is niet alleen onverkwikkelijk,
;· maar ook onrustbarend.
T Het is méér dan mogelijk, het is waarschijnlijk, dat de be-
de wering waarheid bevat, dat Duitschland het hoogtepunt van
* r zijn bloei reeds overschreden heeft. Het oudere geslacht is reeds
’); in sterke mate in zijn physiek weerstandsvermogen getroffen,
het jongere geslacht, d. w. z. de nu langzamerhand volwassen
_ wordende generaties, staan reeds in aanleg sterk ten achteren
bij het vóórgaande. Het is de stedenbevolking, die hiervan het
T meest getuigenis aflegt. Hoe zal Duitschland zich toonen in het
_ { derde en vierde geslacht?
De stijgende eerbied en waardeering, welke de vrouw in
moderne staten geniet, maakt het voor de buitenlandsche vrouw Y
pijnlijk opvallend, hoezeer deze eerbied in tallooze uitingen van
het Duitsche leven ontbreekt.
j, Een objectief voorbeeld hiervan vindt men in dewetsartikelen
· nu vigeerende in het Duitsche Rijk.
l Toen de gelegenheid zich in het jaar 1896, (resp. 1900) bij
_ het samenstellen van het nieuwe Burgerlijke Wetboek voordeed,
E om aan de vrouw de haar toekomende plaats eindelijk te ver-
T zekeren, is deze aangegrepen, om een sterk voogdijstelsel in de
Y wet vast te leggen: de vrouw werd wettelijk niet geplaatst
naast den man, maar onder den man.
è Ondanks alle juridische geleerdheid is het den samenstellers Q
niet gelukt, om eene huwelijksovereenkomst en eene arbeids-
overeenkomst van elkaar gescheiden te houden.
Art. 1356 zegt uitdrukkelijk, onder het caput: ,,Wirkungen
der Ehe im Allgemeinen: ,,Die Frau ist berechtigt und ver~
_~ pf lichtet, das gemeinschaftliche Hauswesen zu leiten."
,,Zu arbeiten im Hauswesen und im Geschäfte
r des Mannes ist die Frau verpflichtet, soweit einesolche
Tätigkeit nach den Verhältnissen in denen die Ehegattenleben
I üblich ist." Art. 1360 verplicht den man wèl zijne vrouw te
onderhouden, zooals zij ook den onderhoudsplicht tegenover
j haren man heeft, niet echter voor haar te arbeiden, noch in
huis, noch daarbuiten.
j Toen het oogenblik genaderd was om van eene hoogere be~
j ' schaving blijk te geven, om deze als een behaalde zege op x
T _ overwonnen achterlijke toestanden, zegevierend in het wetboek
ki; ~· . _ ^·· ‘­·"T"" ""ttii:.·..;..1ï iY?;»_;,§__;_;;_,x_,.. ; e,_­_­ .. .r....a-,..··‘;’1.ä;;_ ~' Y ­r­»--»­ ­-···-~--~ Y { Y {AT V