HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 82

JPEG (Deze pagina), 877.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.25 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

g 78
In de hitte van de stakingsdebatten valt er allicht een te
I krachtig woordje ·- alle begrippen zijn rekbaar, ook de straf-
rechtsbegrippen. In het algemeen kan men echter niet zeggen,
” * dat dearbeidersbeweging zeer ,,gewaltthätig" in hare uitingen is
Q geweest.
l Zoo staan dus de verschillende belangengroepen tegenover
E ç elkaar, uitgerust met eene geweldige economische macht. Maar _
‘ ook bij hen kan men het nog eens herhalen: Pruisen is de
dirigeerende macht. Veertig van de bijna zeventig millioen
_ Duitschers wonen in Pruisen. Pruisen dirigeert, ordonneert . . .
“ Pruisen geeft den doorslag.
. Het gevolgde repressie~systeem heeft tot onrechtvaardigheden
geleid, welke in een democratischen staat niet denkbaar zouden
wezen. De reactie is echter ook geweldig, zelfs onrustbarend _
van afmeting en intensiteit. Desniettemin worden de maatregelen `
van steeds grooter willekeur en hardheid.
Niet alleen de in Pruisische gehoorzaamheid opgegroeide oer·­
Duitscher leeft onder de Rijks- en Landwetten, ook andere
nationaliteiten zijn door kracht van wapenen onder den Duit~
. schen, onder den Pruisischen schepter vereenigd: de Polen, de
Denen, de Franschen (Elzas~Lotharingen).
; In de afgeloopen veertig jaren zijn ook de maatregelen tegen­­
over deze niet~Pruisische elementen geen bewijzen van eene
[ menschkundige, rechtvaardige politiek te noemen.
T De Duitsche regeering, zoo trotsch op eigen taal, op eigen
1 ras, ontzegt aan hare eigen onderdanen den trots op hun
v taal, op hun ras.
De Duitsche politiek richt zich voornamelijk tegen de taal.
Meedoogenloos is de Poolsche, Deensche en Fransche taal
onderdrukt. De sprekers in eene openbare vergadering zijn bij
de wet verplicht de Duitsche taal te gebruiken. De in de
wet genoemde uitzonderingsgevallen (buitenlandsche congressen,
. kiesstrijd enz.) en de verdere langzamerhand billijker gestelde
Landwetten hebben niet of in geringe mate aan de andere
taalgroepen eenige verzachting van dien eisch gebracht. In ver-
‘ schillende staten is namelijk alleen de ,,Mitgebrauch°' van de
volkstaal veroorloofd, dus als hulpmiddel, niet als voornaamste
I voertuig.
, De uitzonderingswetten tegenover deze groepen van ingelijfde
F volken van vreemden stam, hebben de rancune tegenover den
j l overwinnaar in het leven gehouden. De oorlog tegen hun taal