HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 80

JPEG (Deze pagina), 897.13 KB

TIFF (Deze pagina), 7.28 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

76
Uit al deze omstandigheden, vooral door de justitieele prac-
` tijk, bestaat er een niet te stillen verontwaardiging en ver~
A bittering onder de arbeiders. Het heet, dat zij coalitie~vrijheid
g bezitten, in de werkelijkheid hebben zij er slechts eene flauwe
j` j afschaduwing van. De Gewerbe~Ordnung veroorlooft hun den
1 loonstrijd in de eerste paragraaf, neemt ze in de tweede weer `
terug, bovendien werpt de regeering heel de kracht van haar
i‘ i strafwetboek mede in den strijd, ten nadeele van de arbeiders,
ten voordeele van de ondernemers. De geheele Duitsche
rechtspractijk handelt naar dit eene, verafgoodde, ontstellend
misbruikte, ongeschreven grondwetsartikel: het hooghouden van
het gezag tot elken prijs. En het Duitsche gezag kent geen
. ongelijk. ,,Wer mir widersteht, den zerschmettere ich," zeide de
ljzeren Kanselier eens in de hitte van den politieken strijd. En R
deze woorden hebben hun echo gevonden. Is het wonder, dat
deze sterke repressie van de persoonlijke rechten een reusachtige
tegenweer in het leven geroepen heeft?
Noch uit de vakbeweging, noch uit de arbeidersbeweging
zijn politieke belangen geheel uit te schakelen. Wie zal in den
Rijksdag hunne rechten voorstaan, wanneer zij hunne vertegen-
l woordigers en pleitbezorgers er niet heen kunnen zenden? Het
ä eene vereischt en omvat het andere. Door de buitengewone
belemmering dezer maatschappelijk zoo onontbeerlijke ontwikke~
" ling werden de politieke en economische organisaties allergevoeligst
1 getroffen. Maar toch bewaarheidt het zich ook hier, dat eene
j sterke repressie eene even sterke reactie teweegbrengt. Het _'
gaat hard tegen hard. De beweging groeit krachtig tegen de
verdrukking in. Veel krachtiger dan in landen, waar deze tegen~
· werking niet bestaat.
Wanneer men al de belemmeringen in aanmerking neemt, en
dus de uitkomsten van de arbeidersorganisaties beschouwt als
resultaat van de intensiteit van hun verlangen, dan valt het op
i dat de politieke vereeniging het verreweg gewonnen heeft op
de economische.
De oplossing is niet gezocht bij de vakbeweging, zij wordt
echter in overweldigende mate gehoopt en verwacht van de
,,Partij", d.w.z. van de sociaahdemocratie. Tegenover 11/3
j millioen arbeiders, die in de Hirsch~Dünckersche, Katholieke en
_1 z.g. Christelijke (interconfessionneele) Vereenigingen georgani~
l seerd zijn, staan 21/2 millioen ,,vrije" d.w.z. socialistische ge-
, l organiseerde arbeiders, terwijl in 1912 niet minder dan 41/2
1
2