HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 70

JPEG (Deze pagina), 888.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.22 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

66
Dit tuchtigingsrecht is nog voor geheel Duitschland ten
opzichte van kinderen (door ouders, voogden en leermeesters)
wettelijk gehandhaafd.
Wat echter de ontwikkeling van den mensch betreft, zijn
7 er twee manifestaties van zijn vrijen wil, welke geen enkele
regeering op den duur kan verhinderen. Het is niet teveel gezegd,
dat er geen groote beschaving denkbaar is, waar deze rechten
‘ van den mensch niet vrijelijk uitgeoefend kunnen worden. Het
zijnade vrijheid van drukpers, en het recht van ver~
eeniging en vergadering.
De Pruisische pers had na 1848 reeds moeilijke jaren door-
. leefd, toen eindelijk in 1863 de uitgevaardigde "Persbesluiten"
bijna oorzaak van een breuk tusschen Wilhelm I en den Kroon-
prins werden.
De Pruisische Minister van Binnenlandsche Zaken, Eulen~ 1-
burg, en die van justitie, Graf zur Lippe, hadden de liberale
ambtenaren, wegens hunne liberale neigingen scherp vervolgd
door strafoverplaatsingen en het inhouden van tractements~
opslag enz., om een beambtenschaar te kweeken, die dóór en
dóór conservatief zou wezen en zou kunnen optreden tegen
i elke liberale strooming, wáár en hóe dan ook. Als toppunt
van deze tactiek, waar Bismarck volkomen mede instemde,
tegen de zoo zwakke liberale partij werden plotseling deze
besluiten afgekondigd, tot verontwaardiging van liberalen en
democraten, daar dit recht alleen bij de wet, niet door een
besluit geregeld kon worden. Volgens deze besluiten zou reeds l__3
de algemeene toon van een dagblad voldoende reden zijn om ‘
het wettelijk te vervolgen wegens ondermijning van den eerbied
vóór, of trouw ààn den koning, of wegens het prijsgeven van
de staatsinrichting, de ambtenaren en hunne beschikkingen aan
haat of verachting (de beroemde Hass und Verachtungsparagraph).
Aangezien alle liberale denkbeelden als zoodanig aangemerkt
werden, was hiermede de vrijheid van drukpers vrijwel vernietigd.
De vrijheid van drukpers werd eindelijk 1874 afgekondigd
maar reeds twee jaar vroeger (1 jan. 1872) was door § 2 van het
strafwetboek uitdrukkelijk de geldigheid van het vroegere Rijks·~
en Landrecht, wat de perspolitie betrof, erkend.
De Rijks··drukperswet van 1874, waarbij ook de artikelen van
1 de Gewerbeordnung, welke betrekking hebben op het drukpers~
bedrijf, gevoegd moeten worden, regelt de verantwoordelijkheid
bij pers~overtredingen, dus bij die handelingen, welke in het