HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 69

JPEG (Deze pagina), 866.93 KB

TIFF (Deze pagina), 7.18 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB


65 3
tsch~ kan onttrekken, evenmin kan de Duitscher na honderden jaren
>oten van absolutisme en onvrijheid, van gestrenge beteugeling van
prak gg alle democratische neigingen, van vrij spreken, van vrij schrijven,
ieele zich onttrekken aan de algemeene geestesdispositie, die daar~
" het { door gekweekt is. De vrijheid, die Nederlanders reeds voor
d de driehonderd jaren bezaten, heeft op menig punt nog niet hare
1 de intrede 1n het Duitsche Rijk gedaan.
{àlle j Wonderlijke gewrochten vindt men onder de Duitsche wetten,
hef met onzen geest en onze beschaving zoo weinig verwant, dat ‘
dm; je men bij kennismaking soms de Middeleeuwen opgestaan denkt.
' jj Enkele hiervan eischen eene nadere beschouwing.
ats” Eerstens de Pruisische Gesinde~Ordnung, de wet der inwonende
’ ‘ ‘ arbeiders en dienstboden. Deze wet stamt uit het jaar 1810l
_ ii De meeste Duitsche staten hebben haar terzelfder tijd over~ ‘
bgg l genomen en in stand gehouden. Daarin wordt o.a. bepaald,
ëls E dat wanneer ondergeschikten toegesproken en nuitgescholden"
worden op eene wijze, die voor ieder ander eene beleediging
zou wezen, zij desniettemin geen recht hebben een aanklacht
Fm ;_§ in te dienen. Zij zijn onbeperkte gehoorzaamheid verschuldigd
ëm g behalve in oneervolle zaken, en tot het jaar 1900, zegge
ut" negentienhonderd, bezaten de werkgevers het wettelijk tuchtigings-­
l°” [zi recht tegenover hunne opwonende arbeiders en dienstboden.
ng jj Het recht van aanklacht wegens mishandeling was aan het
li dienstpersoneel ontzegd. Art. 95 van het "Einführungsgesetz"
lm Q2 van het Duitsch Burgerlijk Wetboek (1900 ingevoerd), zegt kort
°r en bondig: ,,ein Züchtigungsrecht steht dem Dienstberechtigten
[S" { dem Gesinde gegenüber nicht zu." Er wordt nog steeds om
ld opheiïing van deze landswetten aangedrongen, ook om er klaar~
m heid in te brengen of dit tuchtigingsrecht wel ofniet mag gelden!
. In de praktijk is de Rijkswet, die altijd het Landrecht vóór~
L" gy gaat: ,,Reichsrecht bricht Landrecht", nog steeds niet genoeg
tn doorgedrongen. De natuur is soms sterker dan de leer. Prof.
E Kähler schrijft 1909 nog: ophefïïng van de Gesindeordnung
P ii voor de dienstboden is zeker een eisch des tijds en een nieuwe
lt regeling is noodig, ,,welche vor allem die Fragen der Freizeit
t' im Sinne einer achtstündigen Mindestnachtruhe regeln, und die
j letzten Anklänge an das frühere Züchtigungsrecht aufheben
I' müsste." I).
i "_f”- .. . . ..
x) Soziale Vcrhaltmsse des Gcsxndes, von Prof. W. Kahler, Hw. d.Stw. VI, p. 735.
Duitsch1and’s Groei. 5

{