HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 66

JPEG (Deze pagina), 867.46 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

62
den adel ingeworteld is. De geheele geest van Pruisen is hiervan {
doortrokken, het minst echter de handelssteden.
N De militaire kaste is eene tweede organisatie die een eigen
· plaats inneemt. Oorsprong hiervan is de historische rol, welke ë
_ het Pruisische leger, het troetelkind van den ,,Ouden Frits,"
1 geheel met het wezen der Pruisische ontwikkeling saamgeweven,
geworteld in de oudste Pruisische tradities, vervulde. Grond-
‘ bezittende adel en krijgslieden, ziedaar de feodale kenmerken _
van het Pruisen van vroeger en grootendeels van het Pruisen
van thans. `
De meening, dat het veelbesproken militairisme zich door het T
aantal zou manifesteeren, is eene dwaling. Uit hoofde van deze
redeneering zou Zwitserland het ergste militairisme binnen zijne j
grenzen opkweeken; bijna 120/O van zijne bevolking is inge-
deeld bij zijne legerorganisatie. Algemeene dienstplicht bestaat
van het 20ste tot het ‘18ste jaar en in den Landstorm zijn alle j
oflicieren tot het 52ste jaar dienstplichtig.
In waarheid bestaat het militairisme uit zijne machtsaanmatiging
en sociale suprematie, uit zijn zich-stellen boven het burgerlijk _
gezag en uit zijne krijgsmansidealen, welke het de hoogste in den _
1 staat acht. Het geestig woord over Duitschland: de staat bezit
niet het leger, maar het leger bezit den staat, typeert den
toestand. Hoe de militaire kaste staatsrechtelijk beschouwd wordt,
hebben von Bethmann Hollweg en von Falkenhayn, de Pruisische
minister van oorlog, bij de historische gebeurtenis van Zabern
duidelijk uitgesproken in die merkwaardige zitting van den Y
Rijksdag op 3 Dec. 1912, toen de geheele volksvertegenwoor-
diging in den wildsten opstand kwam tegen de verkondigde
starre begrippen en de volkomen geringschatting van het bur-
gerlijk gezag.
Op dien historischen dag werd het openlijk door de regeering
uitgesproken: de militair in Duitschland staat boven de wet.
In de democratische landen is militaire plicht onderdeel van de
burgerplichten, en blijft de wet het hoogste gezag in den staat.
De machtsaanmatiging, zooals zij herhaaldelijk in Duitschland
voorkomt is daar buitengesloten.
Naast deze twee kasten, die doortrokken zijn van stands-
j vooroordeel, bestaat er nog een derde, die zich echter op geheel
andere wijze uit: de protestantsche geestelijkheid: de Evange-
lische kerk (de Luthersche).
Duitschland is ook op kerkelijk gebied geen eenheidsstaat;
l