HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 65

JPEG (Deze pagina), 848.33 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

61
er nauwelijks eenige dozijnen liberalen kunnen voorkomen. Niet
minder dan alle 90 Bonden van oude en gezeten grondbezitters ··
hebben ieder het recht een afgevaardigde voor te dragen, ook
twaalf adellijke familiebonden met uitgebreid grondbezit hebben
dit recht van voordracht, bovendien nog acht Provinciale
Bonden van Graven die een riddergoed bezitten. De kerk is
vertegenwoordigd door het recht van voordracht aan drie Dom~
stiften toegekend.
Tegenover deze onafzienbare reeks van grondbezitters, d.w.z. 1
pruisische jonkers, oerconservatieve agrariërs, staan 45 steden
en 9 universiteiten die ruimere belangen vertegenwoordigen
kunnen. De samenstelling is dus zóó, dat het volk er zich tegen
te pletter kan loopen, zonder dat één enkele bres in dit adellijk
en eenzijdig agrarisch bolwerk gestooten kan worden. Alle her~ A
. vormingspogingen vinden er dan ook hun graf. .
Pruisen is verder nog het land van de kasten, en deelt dit
lot met bijna geheel Duitschland.
Voor een groot deel is dit wettelijk (art. 57 en 58 van het
Einführungsgesetz van het Duitsch Burgerlijk Wetboek), voor
den adel vastgelegd om de bedoeling, de instandhouding van
den ,,splendor familiae" te verzekeren. `
De Hooge Adel heeft tot op heden zijn eigen rechtbank (het
,.Austrägalgerichtshof"), belasting­voorrechten, eererechten, ont~
heffing van den eed en van den plicht, als getuige op te treden,
en verder de rechten welke uit het ,,Ebenbürtigkeits"~instituut
‘·· voortvloeien.
l Er bestaan nog drie hooge adelsklassen, die elkaar niet ,,eben~
bürtig'° zijn, waardoor b.v. de echtgenoote van lageren adel
met hare kinderen niet in de gewone rechten van den hoogeren
adel treden kan. Voor den lagen adel zijn nog twee klassen:
de Rijksridderschap en de ,,landgezeten" adel. Deze beide
hebben slechts de sociale voorrechten behouden, evenals de
z.g. "Diplomadel", die den adel door adelsbrief gewonnen `
heeft.
Privaatrechtelijk worden hen, niet naar de wet maar in de
practijk, groote voorrechten verleend (bij het huren. koopen
en leenen) strafrechtelijk genieten zij, in de practijk, groote
_‘ bescherming, (politie treedt met groote omzichtigheid of in
g het geheel niet op, de strafrechter behandelt hen met ver- (
bazingwekkende toegevendheid) verder genieten zij alle sociale
voorrechten, die in een land heerschen, waar het ontzag voor
E,