HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 64

JPEG (Deze pagina), 872.21 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

60
« paar andere Duitsche staten en .... Rusland! Het niet~geheime
stemrecht slechts met een paar Duitsche Hertogdommetjes en
Q Hongarije! Zijn Huis van Afgevaardigden, de Tweede Kamer,
wordt door getrapte verkiezingen gekozen. De kiezers (mannen
ï‘ boven de 24 jaar oud) worden in drie verschillende klassen
ingedeeld. Op iedere 250 man in een zelfde district berekent
· de wet één ,,kiesman" en deze kiezen wederom de 433 afge~
vaardigden. De verhouding der drie klassen is naar maatstaf
van de belastingopbrengst berekend, zoodat elke klasse een even
hoog totaal der belastingen aanwijst. Op deze wijze kiest de
eerste klasse, die der hoogste belastingbetalers, één derde van
geheel aantal kiesmannen hoewel zij slechts 5 0/0 van het geheele s
aantal kiezers uitmaakt, dus dikwijls veel meer dan een kiesman
per 250 kiezers. De tweede, de middenklasse, kiest eveneens _
een derde van het aantal kiesmannen, hoewel zij slechts 12 tot
15 0/0 van het aantal kiezers telt, de derde, de laagste klasse,
kiest insgelijks een derde van het aantal kiesmannen, maar telt
niet minder dan 80 tot 83 0/0 van het geheele aantal kiezers.
Zelfs Bismarck qualificeerde dit Pruisische drieklassenstelsel
als ,,ganz elend!".
Wat dit systeem wil zeggen in het land van de agrariërs,
van de landjonkers, is gemakkelijk te bevroeden. Erger is echter
het niet~geheime stemrecht, zoowel voor de zoo afhankelijke
en in onderdanigheid gehouden landarbeiders van het oostelijk
Pruisen, als voor de door trusts beheerschte enorme arbeiders~ C
scharen van het westen. De vrijheid in het uitbrengen van hun l
.stem is maar zeer betrekkelijk. Er wordt voortdurend contröle
uitgeoefend en ongewenschte politieke aspiraties worden met
kracht tegengewerkt bij de, voor hun brood en bestaan afhan~
kelijke ondergeschikten. Sedert een halve eeuw loopt de kunst~
matig klein gehouden minderheid in de volksvertegenwoordiging
zich te pletter tegen den onwrikbaren wil van de conservatieve
meerderheid, in geen geval een gelijk en geheim kiesrecht te
gedoogen.
Tegenover deze scheeve afspiegeling van den volkswil staat
het oer~conservatieve Herrenhaus, de Eerste Kamer. Behalve
de keizer, de keizerlijke prinsen en vier hofdignitarissen nemen ­
` er honderd­en~drie erfelijke leden uit den adel zitting in, vijf~ I
en·­veertig persoonlijk door den Keizer benoemde leden, ,,aus
besonderem Vertrauen" en bovendien honderd~en··zeventig leden 0
i door hem op voordracht benoemd. Onder deze 170 leden zullen
2