HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 60

JPEG (Deze pagina), 845.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.71 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

56
dienaar of den koetsierl" Zijne positie als staatsorgaan is dus
niet in enkele woorden te definieeren. Zij is een gewrocht van
eene ondemocratische staatsinrichting en past niet in het schema
van eenige parlementaire regeering.
Het werktuig bij uitnemendheid om den Rijksarbeid uit te
voeren is het beambtencorps.
Door het geheele Rijk loopen als draden van een spinneweb
de verschillende lijnen der beambtenhierarchiën.
De steeds talrijker rijksinstellingen en uitgebreide rijksbevoegd~
heden vragen een steeds reusachtiger beambtenleger.
De organisatie van het Rijk heeft tot stand gebracht, dat het
Pruisisch overwicht tot een ontzagwekkend Pruisisch be-
ambtenheir geleid heeft. Het is een van de grootste grieven g
van de onderdanen der andere Bondsstaten, dat steeds voor Y
alle posten Pruisen genomen worden, dat steeds alle betrek~ pil
kingen in de rijkshuishouding aan Pruisen voorbehouden worden,
dat dus steeds Pruisen in de niet~Pruisische staten diri~
geeren. De scherp toegespitste verantwoordelijkheid en het be~
noemingsrecht in Bondsraad, Kanselier en Keizer geconcentreerd, j E
heeft door zijne eenheid, zijne sedert jaar en dag bijna zonder ‘
uitzondering gelijkelijk gevolgde Pruisische, conservatieve eenheid,
een leger van werktuigen in de hand van de opperste leiding
vereenigd, die allen slechts dezelfde ambtelijk veroorloofde ge~
. dachten denken, dezelfde gehoorzame plooi gekregen hebben, ‘
naar het zelfde model gesneden zijn, maar een richtsnoer voor I
hun handelen kennen: het ambtelijk bevel, en verder ex oificio
opinieloos zijn en moeten zijn.
Veelgeprezen en veel gesmaad in eigen land. Plichtmatig,
arbeidzaam en eerlijk, maar zonder geestesvrijheid. Hun geheele
wezen is aan den dienst ondergeschikt gemaakt.
Het beambtenrecht heeft zich in den beambtenstaat Pruisen
uit het Pruisische Algemeene Landrecht ontwikkeld, waar de
ambtsdelikten zoo veelomvattend waren, dat de eenvoudigste
dienstovertredingen van tegenwoordig er een plaats in vonden.
Behalve de rechten van den beambte op een "standesgemässes"
inkomen, op pensioen voor zich, zijne weduwe en kinderen, zijn _
ook zijne plichten omschreven: plicht tot ambtsvervulling, tot
trouw en gehoorzaamheid. Tot nakoming van die rechten en
plichten zijn de disciplinaire rechtbanken ingesteld, welke de
ambtsovertredingen te onderzoeken hebben, en de onder-