HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 55

JPEG (Deze pagina), 891.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

/n.r"n"«m ` 7- `jx { F‘:ï¥ï"VG'7J"`V¤.ï='Wl’ï’.“’f-'IIY`X,$`T`.:YFX'[i‘?7”§'Q`Q:`r­II`-F?ïF.'IE"«"'KFFY." .¤ Yi i.·« `“·. 'l"""`i~*"’""‘ ·’v TF 77 rv ‘ Y `~­­:?*‘
ss
ida;
igen tot twintig stemmen in eene groote stad. Nog bij de laatste
1, in fi verkiezingen waren er kiesdistricten met l2·-20.000 kiezers, g
echt terwijl Potsdam en Hamburg III er resp. 280.000 en 135.700 »
1 de voor één candidaat hadden. Deze kiesdistricten-ellende, welke `
scht il in Nederland evenzoo heerscht, heeft tot resultaat, dat de ver-
[aar 5 tegenwoordiging in den Rijksdag nog steeds geen getrouw beeld
gen van den waren toestand geeft. Deze slordige organisatie wordt
ilijk door de conservatieven, in wier voordeel zij is, hardnekkig in 4
Tïllè stand gehouden. Het democratische Zwitserland heeft den groei {
de van zulke onjuiste verhoudingen reeds vroeg zoeken te onder- {
F11, vangen door na elke (tienjaarlijksche) volkstelling, de districten l
iek opnieuw te verdeelen naar maatstaf van een gelijk aantal kiezers.
Cr Het is een kenmerkende trek van de Duitsche staatsinrichting, .
>en dat zulk een onafhankelijke plaats ingenomen wordt door de
tijk eigenlijke regeering. Ook dit is historisch gegroeid, en vormt
ing zulk een reusachtig voordeel voor het doorzetten van éen en
ten dezelfde politieke richting in regeeringszaken, geheel buiten
bereik van den Rijksdag om, (door talrijke besluiten en benoe-
mingsrechten) dat eenig conservatief bewind zeker nooit tot
31‘~ eene verandering hierin te krijgen zal wezen. ,
·0r De Rijksdag ontbeert namelijk een der meest kenmerkende j
I€· eigenschappen van de moderne staatsinrichting: hij bezit geene ·
lQ· hem verantwoordelijke ministers, bezit in het geheel geen minis-
CH ters, slechts één Rijkskanselier.
Bismarck was in den Noordduitschen Bond de eenige beambte ;
¤~ » welke volgens de Bondsgrontwet tegenover den Rijksdag open- j
ën lijke verantwoordelijkheid droeg. Zijne positie (zoo rechtvaardigt
hij in 1869 zijn verzoek om ontslag) was al te moeilijk, waar V
Ile hij al vanzelf verplicht was om overeenstemming te bewerken
tusschen den koning, acht ministers (de Pruisische) en drie par-
Jr lementslichamen, en dan nog alle gevoeligheden van de ver-
rt bondenen en buitenlandsche regeeringen moest ontzien.
FH Deze verantwoordelijkheid werd door art. 17 in de Rijks-
rn grondwet overgenomen: ,,die Anordnungen und Verfügungen {
IC des Bundespräsidiums werden im Namen des Bundes erlassen t
=I1 und bedürfen zu ihrer Gültigkeit der Gegenzeichnung des Bun-
11 deskanzlers, welcher dadurch die Verantwortlichkeit übernimmt." A
k De Rijkskanselier werd dus de leidende Rijksminister, maar niet "
f) tegenover den Rijksdag de politiek-verantwoordelijke minister, l
n in dien zin, welke er in constitutioneele landen aan gehecht .
wordt. De onvolkomen omschrijving van de positie van den je
T