HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 54

JPEG (Deze pagina), 887.75 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

I ‘
3 52
j
A namelijk niet door den Bondsraad, en ook niet uit zijn midden
( benoemd. Eén lid wordt door Beieren benoemd, de overigen
‘. door den Keizer. Saksen en Wurtemberg hebben het recht, in
‘ de commissie vertegenwoordigd te zijn, maar hebben geen recht
{ van voordracht. De practijk heeft het daarheen geleid, dat de
L Keizer de staten aanduidt, welke hij vertegenwoordigd wenscht g
‘ te zien, aan deze de voordracht van de leden overlatend. Maar J
· natuurlijk brengt de practijk óók mede, dat een lid, dat tegen
;_ des Keizers inzichten mocht adviseeren, in dit college moeilijk
’ te handhaven zou zijn. De commissie voor de oorlogsmarine
‘ wordt in zijn geheel door den Keizer benoemd, hoewel in de l‘
l ' practijk ook hier de staten, door den Keizer daartoe aangewezen, ;
* de voordracht doen. De marine is echter een bijna specifiek
Pruisische aangelegenheid. De Zuidduitsche Staten blijven er
vrijwel buiten, ook al omdat zij geen onmiddellijk contact hebben °`
met de open zee. De oorlogsvloot is en blijft in de practijk jl
( eene Pruisische schepping, waarvan de Keizer de opperste leiding
` geheel op zich genomen heeft en door zijn onvermoeid streven
hierin op een zeer persoonlijk succes kan bogen.
; Tegenover dit, in alle geleidingen groote Pruisische over~
) wicht staat als tegenwicht de Rijksdag, samengesteld door
°, algemeen, geheim en direct kiesrecht; hierin vindt dus het ge~
V heele Duitsche volk zijne uitdrukking en vertegenwoordiging.
_ Hij bezit, evenals de Bondsraad, het recht van initiatief, en
bovendien het recht van amendement.
l Zonder toestemming van den Rijksdag kan geen wet aan~ r
genomen worden, terwijl de Bondsraad het eindbesluit te nemen
ll heeft, dus een vetorecht uitoefent.
( De samenstelling van den Rijksdag is door het gevolgde
kiessysteem geen getrouwe uitdrukking van den volkswil.
( In de jaren 1867 en 1871 zijn de kiesdistricten resp. voor
H de Noordduitsche en Zuidduitsche staten vastgesteld en sedert
j dien niet meer veranderd. Door iedere 100.000 kiezers zou één
xl vertegenwoordiger gekozen worden. In den tegenwoordigen
tijd is de verhouding gemiddeld één op 150.000. Door de
toename van de steden en industrie~centra spotten de uitkomsten
Q nu met elk gevoel van billijkheid. De bevolking van de steden
E en de industrieele streken (vooruitstrevend) is véél te zwak
l vertegenwoordigd, de bevolking van het platteland (conservatief)
· nog véél te sterk. Iedere stem dáár heeft de waarde van tien
E
I
E
u