HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 53

JPEG (Deze pagina), 895.22 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

nl uw l D £@gïK¥,?ï;'§"ï?F@`Y`l·'ï"Y'l®#gï»'J‘2"’E·"'£’?%7ï`¥ï"'·. "IQTY? §§.`Z,"ï[Z"l~ ï'§'f‘IZl"".`I1'ï"l‘ QT". " ­ ` ' " "'#‘"‘Z"'<’¤‘xi«.’ tn, V ’ " "

l
51 Q
ie, dat, . ..f d. d .. ‘
ng van moeten ten mmste v1j staten vertegenwoor ig z1jn, waaronder
. in elk geval Pruisen.
Jedl end D K · P . b . . d . . I
zds van lê e noning van ruisen enoemt zijne vertegenwoor xgers uit
{Stellen de Pruisische afgevaardigden, die bovendien in elke commissie y j
D moet ir; het voorzitterschap bekleeden'. · ­ ‘=
juisisch · Uit deze bevoegdheden blijkt het groote overwicht dat Pruisen j
mt ger in tal van gewichtige funct1es bezit. U ‘
kleine _ overwicht wordt natuurlgkerwgze ondersteund door de g
isieder positie, welke de Koning van Pruisen inneemt. · l j
E Zijde. De Duitsche Staten waren overwonnen door Prjusen, Pruisen l
Onder had het groote en moeilijke werk gedaan, Pruisen heerschte
joor de toen, en heerscht nu. . ' · · i
sovém De positie van den Keizer iseigenaardig.
mstuur De Keizer bezit ­de· ,,pras1d1alrechte als onvervreemdbaar _
bij de recht. Hg alleen 1S 1nd1v1dueel orgaan van het Rijk, terwijl de
buiten andere vorsten slechts Bondsleden zijn en eerst gezamenlijk het
at uit? jj staatsorgaan, den Bondsraad vormen. De·Dujtsche Keizerskroon
kt zijn en Pruisische Komngskroon zgn onafsche1delgk, en erfelijk. De ~
plaats van een monarch neemt de Keizer volgens zijne staats-
rrecht rechtelijke bevoegdheden niet in; eene vergelijking met. andere
kies" 5;; vorsten is n1et·mo.gelgk. Ook hier zgn de Ke1zerrechten h1stor1scl1
lsraad gegroeid en met juridisch vast te stellen. Ze ·zgn in beteekenis j
Hmige jg ondergeschikt aan de overheerschende positie en rechten van ’
heden den Koning van Pruisen. N `
mtmg Twee van de voornaamste bevoegdheden zijn het opperbevel~ N
,k€nd hebberschap over leger en vloot. De Keizer heeft het opper­ ,
' ä toezicht over de voltalligheid en krijgsvaardigheid van alle lj
ming troepen, het recht van inspectie (dus ook van het Beiersche
udigè leger), van bepal1ng der hoegrootheid van het staande leger,
Iaany de jndeelingen van de lichtingen, het recht binnen het Bonds- -
aarm g gebied vestingen bouwen. Verder heeft de Koning van Pru1sen
Lande ‘; het opperbevelhebberschap over de oorlogsmarine en het recht, W
: b€# de organisatie en de samenstelling ervan geheel te bepalen, m. a.w.,
ngen g de keizer IS. ,,Oberster Kriegsherr , en heeft de bevoegdheid j
1 dan ï deze rverdedigmgsmacht in te richten naar zgn tgoeddunken.
te is Hier is de medewerking van den Bondsraad feitelijk geheel u1t~
eik; geschakeld, die overigens in zgne comm1ss1es, zg het ook onder lj
overheerschende medewerking van Pruisen, en in de vergade~
rom, ringen van den Bondsraad zelf, zoo grooten invloed kan uit~ ’(
lissie Oefenen . . . . . E
De commissie voor de landsverdediging en de vestingen wordt
.j Y
1% L;
je
P j