HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 48

JPEG (Deze pagina), 875.77 KB

TIFF (Deze pagina), 6.99 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

{ L" .?.§!.L;S’:ïtï“‘": ·#‘i:·.2rvv:>~rv·vcrw¤°r«•»·»···«»·­·~•··«· , .
1 1
, ‘ · 46
De souvereiniteit der staten week voor de souvereiniteit van
het Rijk. Pruisen was de overwinnaar, Pruisen is het gebleven.
$5
De Bondsraad brengt het karakter van het Duitsche Rijk als
. Bondsstaat tot uitdrukking. De vertegenwoordiging van de ver~
schillende staten, d.w.z. de stemmenverdeeling in dezen Bonds~
· raad is niet een logisch uitvloeisel van een principe, zij is
historisch geworden en slechts door de historie te begrijpen.
Nfen nam in 1871 aan, dat de stemmenverdeeling over de
. verschillende staten zou geschieden naar maatstaf van de ver~
tegenwoordiging in het plenum van den voormaligen Duitschen
Bond. Dit veroorzaakte eenige verlegenheid. Beieren was in
den raad van het Tolverbond reeds door zes stemmen vertegen­«
woordigd geweest, in den Duitschen Bond slechts door vier.
Men verzweeg dus het principe waarnaar de stemmenverdeeling
zou geschieden, en stelde zonder meer in het Grondwetsverbond
met Beieren zijn aantal op zes. Daarentegen werd het bij het
Pruisische stemmenaantal wederom bedektelijk genoemd. Pruisen
` behield zijn zeventien stemmen. Zijn vroeger klein aantal stemmen
I was namelijk "aangevuld" met de ,,voormalige" stemmen van
‘ Hannover, Keurhessen, Holstein, Nassau en Frankfort. Als Pruisen
Q had het voor 1866 maar vier stemmen bezeten, Saksen en
Wurtemberg behielden er ieder vier, Baden en Hessen drie,
* Mecklenburg-Schwerin en Brunswijk ieder twee, de overige
zeventien staten ieder één stem, zoodat er acht en vijftig stemmen
1 waren uit te brengen door vijf en twintig staten gezamenlijk.
) Was daardoor het evenwicht verzekerd? Konden alle staten ‘
; vrijelijk hun bestaansrecht verdedigen? Zou het Duitsche Rijk
1 geen Leviathan blijken te zijn, die alles opslokte, wat hem in
den weg kwam, en de rechten der afzonderlijke staten zou ver~
kleinen, verkleinen, totdat eindelijk niets meer over bleef? Mogelijk
j is dit laatste zeer zeker. De Duitsche staat kent geen grenzen
voor de uitbreiding van zijne bevoegdheden; hij zou het ge~
[ heele omvormingsproces, hetwelk hem van Bondsstaat tot op ‘
» de grens van Eenheidsstaat zou brengen, kunnen ondergaan,
* zonder dat de Grondwet er bezwaar tegen zou opleveren. I)
Eene feitelijke bemoeilijking zou alleen door artikel 78 uit~
j geoefend kunnen worden. De stemmen, welke door eenzelfden
l 1) P. Laband, Das Staatsrecht des dcutschen Reichcs. Band 1 p. I2Q.
1
«.
1
1