HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 43

JPEG (Deze pagina), 861.55 KB

TIFF (Deze pagina), 7.17 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

­»,••··v<«¤. ­«`,,•.,·-·{,_ _ b R’"·`g?fçn¤ï'¢'1::!¤:.·`4Y.ïnT ~f“?I·LY:¥rï:3L‘ç;l*”iM ä~-ï;·*`eF‘IS?:","'4‘*"""‘·` " "' ’Ti"""‘;"'Y`·vt'Y"i*:'•'?`r`­`“"r”‘F "'T"` ' ` "" , _. TTT, _ , `~ l` zul"
lj
l 41
i
S · naar Oostenrijk. De Zuidduitsche staten hadden zich aan de
ä zijde van Oostenrijk geschaard.
3 Het Pruisische leger viel op drie verschillende plaatsen Bo~
hemen binnen, waar na een reeks van kleinere overwinningen
, de slag bij Königgrätz den strijd besliste. Oostenrijk was ver-·
g slagen. Napoleon's bemiddeling, door Oostenrijk zoowel tegen~ j
over Italië als tegenover Pruisen ingeroepen werd aanvaard.
I Inmiddels moest de veldtocht tegenover de Zuidduitsche ver~
I bondenen voortgezet worden. Het Pruisische leger bezette j
:1, Frankfort, sloeg de Zuidduitsche legers over de Tauber terug,
id I veroverde daarna Würzburg, Heidelberg en Mannheim, trok
i~ ï Neurenberg binnen, en sneed daarop de Beiersche legers den
¤~ weg af naar den Donau en naar München. ,
rn j Verzet was nutteloos. In allerijl reisden de ministers der g
.ls Zuidduitsche staten naar Nikolsburg, om de vredesonderhande~
lingen aan te knoopen. j
is Door den vrede met Oostenrijk werd Sleeswijk~Holstein aan
n, Pruisen afgestaan. Men stond verder voor de keus de Duitsche
<­ overwonnen landen alles te ontnemen, of alles terug te geven.
:n Voor de Noordduitsche besloot men tot het eerste. Men ver~ Q
ld dreef de vorsten van Hannover, Nassau en Keurhessen en lijfde L
r~ de landen Hannover, Nassau, Keurhessen, Hessen~Homburg en Q
:n de stad Frankfort bij Pruisen in. Saksen werd verplicht zich
1t bij den Noordduitschen Bond te voegen. _
Als resultaat van Napoleon's bemiddeling hadden de Zuid- `
s~ duitsche staten toestemming verkregen zich aanéén te sluiten in j
2, een Zuidduitschen Bond. Napoleon hoopte daardoor een groot sé
g tegenwicht tegen de macht van Pruisen te scheppen en het
g · oogenblik te zien aanbreken, dat de Zuidduitsche staten zich ‘
onder Fransch protectoraat zouden stellen. Bovendien eischte
‘ hij als belooning voor zijne bemiddeling eene gebiedsuitbreiding. I,
j Toen de Zuidduitsche staten echter gewaar werden, dat
cl j Frankrijk zich met Duitsch grondgebied had willen verrijken, g
i~ ondanks herhaalde pogingen, zelfs door eigenhandige brieven 1
e { van de koningen van Beieren en Wurtemberg en van den l
; 5 Groothertog van Hessen aan den Keizer, I) om Frankrijk's hulp I
ri E voor zich te winnen, wenden zij zich van Frankrijk af. Zonder
ir I Oostenrijk's steun werd hunne geïsoleerde positie bedenkelijk.
e Wurtemburg's angst voor de overmacht van Beieren in een F,
e - W .- M f'
E 1) Bismarck. Sein Leben und sein Werk, von G. Egeihaaf. pag. rg:. ‘
lia
s I'
i= r