HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 37

JPEG (Deze pagina), 867.87 KB

TIFF (Deze pagina), 7.36 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

‘ ""°"'!L V.! -­v,..,­•­••v-~«•·­««~¤.•« ­»;••••vv¤••1r•-14<~~yv«»w»¢¤¤·_7•lïEY•'·•'l"'ll'¢•*’F*'*'­'^*‘» ç '>»•*~'_" '§’·,,_w""""P"'YH‘!>*"°­`[H"'~"’°'ï° _ ,_ ,0 _ yr ,`,, <{ B
35 _
Hgebruikt worden,] herscheppen zich in Hjnere diplomatieke mid~
delen, zoodra het een krachtigen Europeeschen staat geldt. En ‘ E
onbesuisde handelingen en heerscherstaal straffen zich daar dubbel
en dwars.
De statengemeenschap echter is bij uitstek een handelsge·
meenschap, en in die handelsgemeenschap is ieder rijk, koop~
krachtig statenlid geen concurrent, maar een bondgenoot tot
vermeerdering van welvaart.
Het is reeds uit dien hoofde eene dwaasheid te veronder~
stellen, dat men den voorspoed en rijkdom, welke b.v. Duitsch-
land bereikt heeft, hem niet zou gunnen. Ialoerschheid, afgunst,
nijd, zoo wordt er geschreven, dàt zijn de redenen welke eene
onverdiende antipathie, sterker nog, vijandschap tegen hen
s wekten. Het is een der grootste dwaasheden, welke kortzichtige
.“ menschen hebben kunnen neerschrijven. Wanneer Engeland geen
welvarend Duitschland vindt, wanneer Rusland geen afnemer
voor zijn graan heeft, wanneer de geheele koopkracht van
Duitschland verlamd zou wezen, dan stókt het ruilverkeer, en
kan men, naast kortstondige voordeelen slechts een kwijnend
verkeer 'en slepende nadeelen verwachten.
Het vernietigen van rijkdom als middel tot eigen bloei is een
verouderd standpunt, de tegenwoordige economische wetenschap
weet, dat de bloei van het ééne land afhankelijk is van den
bloei van vele andere landen. ,·
Een stijgende welstand beteekent telkens weer op nieuw een
-· :_ ruimer markt voor den afzet, niet alleen voor de binnenlandsche.
maar ook voor de buitenlandsche producenten.
Ziet men de in~ en uitvoerstatistieken dóór, vergelijkt men l
de handelsbalans, gaat men te rade met al die producenten~ en
consumentenkringen, al de kapitaalbelangen welke over de
geheele wereld door het lamslaan eener Europeesche groote
mogendheid in hunne levensbelangen getroffen zouden worden,
dan dringt zich vanzelf de ongerijmdheid op van zulk een be~
weren. Alleen de allerkortzichtigste handelspolitiek, de horizont
van den koopman of producent, die in twee ·· drie jaren
binnen wenscht te zijn, er kome wat komen wil, kan zulk een
verwoestende eendagspolitiek wenschen. En degene, die haar
aan anderen toedichten, vergeten geheel en al, dat het feit rijk
te zijn, evenmin tusschen beschaafde staten, als tusschen be­
schaafde menschen haat wekt, maar dat wèl de wijze waarop
deze verkregen of afgedwongen, gebruikt of misbruikt wordt,