HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 33

JPEG (Deze pagina), 893.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.04 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

. . ,v www., _,. W w ­­-ï7~·­~ ·-’·"··°"""”·"“""""“"·‘*"···"· ‘ïrW"‘ ‘ "'T?
31
Simonoseki (1895), vrede waarbij japan het veroverde Port~
Arthur onder zware pressie van Rusland, Frankrijk en Duitscha ·
land weder af moest afstaan, door de Europeesche mogendheden
tegen zijn wensch en wil gedwongen geworden allerlei concessies
` aan fïnantieele syndicaten te verleenen (mijnen, spoorwegen)
Rusland, Frankrijk en Duitschland verkregen daarbij havens als
pachtgebied en dus vasten voet in China, d.w.z. steunpunten
voor hun handel en dus groote faciliteiten voor hun invoer.
Toen uit woede over deze afgedwongen contracten de Bokser~
opstand in 1900 uitbrak, werd zij door de zes mogendheden
bedwongen. De oorlog tusschen Rusland en japan verzekerde
aan japan Korea en ook Port~Arthur, waarmede de hevige
wrok, welke japan tegen de deelnemende mogendheden voedde.
tenminste iets van zijn scherpen angel verloor, hoewel het aan
Duitschland zijn doorslaggevend drijven op dit punt nooit ver~
geven heeft. Hiermede had Duitschland de eerste schreden op
kolonisatie~gebied gezet: er waren nu handelssteunpunten onder
Duitsche vlag, er waren nu tropische grondstoflanden.
De emigratie~beweging had al lang alle beteekenis verloren,
maar toch klinkt in de latere literatuur voortdurend deze toon
mede: Duitschers in het buitenland konden niet alleen concur~
renten, zooals de meeste Duitsch~Amerikanen, maar ze konden
ook politieke tegenstanders worden, zooals de politiek~ontevredene
Duitschers, die naar Chili uitweken en daar antagonisten van _.
het moederland geworden waren.
i Hadden zij een nationaal emigratie~gebied, dan zou deze ramp
voorkomen worden. Heel aannemelijk klinkt deze redeneering
niet, men kan ze echter dikwijls in Duitsche brochures vinden. ‘
Er zweeft iets van een aansporing tot het stichten van een
tweede Duitschland door hunne geschriften over koloniale politiek.
Oneindig veel sterker wordt echter het besef geuit, dat eene
kolonie, vanwaar de noodige grondstoffen betrokken konden
worden, een dwingende eisch voor de toekomst is. En steeds
luider klinkt tusschen alle zakelijke uiteenzettingen daarover als
hoofdtoon in de economische litteratuur der laatste twintig jaren
de noorlogsoverweging" door! Wát, indien wij oorlog hebben
met dit land, met dàt land? We zouden dan geen katoen, of
geen graan, of geen koper of geen wol hebben! Dit voort~
durend wijzen op dien zoo zeker verwachten toekomstoorlog
wekt op den duur de overtuiging, dat per slot de geheele Duitsche
· economische politiek slechts op deze mogelijkheid werd gericht.