HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 29

JPEG (Deze pagina), 833.84 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

..,_, P g A
27
Voor Duitschland is het een onaangename concurrent· op de
buitenlandsche markt, maar als rijk delfstoffenland (steenkolen,
ijzererts, enz.) met hoogst welvarende landbouwstreken (graan,
vlas, paardenfokkerij, enz.) is het een alleszins begeerenswaardig
bezit. Aan voedsel, grondstoffen en halffabrikanten zond het in
1912 ruim drie~vijfde deel van zijn uitvoer naar het buitenland
en ongeveer een derde deel van den geheelen uitvoer naar
Duitschland, terwijl Duitschland slechts een twintigste deel van
zijn export naar België zond.
Als afzetgebied heeft België gering belang voor Duitschland,
‘ maar als grondstoffenland heeft het bezit daarvan voor Duitsch~
land groote waarde.
Frankrijk importeert in België ruim een zesde van zijn ge·
K;. heelen uitvoer, uit België komt echter slechts een vijftiende
A van den geheelen import. Als afzetgebied heeft België veel meer
waarde voor Frankrijk, dan als grondstoffenland. Bovendien
t importeert Frankrijk voor een vrij groot deel uit buiten~Euro~
_ peesche landen, voor gelijke, maar veel kleinere deelen uit
, Duitschland, Engeland en Rusland, Spanje en Italië gezamenlijk;
het overige verdeelt zich over tal van kleinere landen. De
bloei van België als Fransch afzetgebied is dus voor Frankrijk
van groot belang, vooral daar de Fransche uitvoer in hooge
mate uit artikelen bestaat welke België evenals Engeland, weinig _
of niet produceert, zooals modeartikelen, wijn, vruchten, zijde
IQ enz., bovendien treden Frankrijk en België op buiten~Europeesche
*­ï«‘ markten nog eerder aanvullend, dan concurreerend op.
Rusland staat tegenover Duitschland in zeer innige handels~
verhouding. Niet minder dan de helft van zijn geheelen invoer
komt uit Duitschland, één derde deel van zijn uitvoer gaat naar
dezen buurman. Maar ook hier is alweer het verschil in aard
der artikelen: Duitschland bombardeert met industrieproducten,
Rusland zendt daarvoor zijn reusachtigen graanvoorraad. De
agrariërs hebben dezen graanimport steeds hooger belast, het
afzetgebied dus bemoeilijkt, en Rusland heeft zich door hooge
invoerrechten zoeken te beveiligen tegen eene overstrooming
met Duitsche waren, een antagonisme, hetwelk in zijn huidigen,
scherpen vorm de aanleiding tot veel verbittering geeft. Rusland
heeft nog slechts eene zwakke exportnijverheid, een zeer klein
percentage gaat als manufacturen naar het buitenland; aan
voedsel en grondstoffen bereikt het 't enorme cijfer van 92.90/O,
dus meer dan negen~tiende deel van den geheelen uitvoer. Als
ï
l