HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 27

JPEG (Deze pagina), 871.16 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

25
Chamberlain, verworpen en blijft het den vrijhandel handhaven.
Ook japan en China zijn op de Oostersche markten concur~
renten van Engeland, terwijl de Vereenigde Staten dit buitendien
ook nog sterk in Zuid~Amerika zijn. Binnen een tijdvak van.
dertig jaar (1875-1905) nam de Britsche uitvoer naar landen
met hooge beschermende rechten weinig toe, de uitvoer naar
de vrijhandelslanden echter werd meer dan verdubbeld. Naar
Duitschland valt wel eenige toeneming te constateeren, echter
niet uit fabrikaten, maar uit grondstoffen bestaand, dus vóórbe~
stemd, om naar het uitvoerland terug te keeren in de gedaante
van artikelen, welke daar de eigen nijverheid concurrentie zullen
aandoen. ‘
De Fransche uitvoer naar Engeland, hoewel zéér aanzienlijk,
schiep een veel minder scherpe verhouding, ten eerste, omdat
V de Fransch~Engelsche tariefovereenkomst wederzijds vrij matig
E en billijk gevonden wordt; en ten tweede, omdat het over~
groote deel van den Franschen uitvoer uit z.g. ,,articles de
j Paris" bestaat, zaken dus van kunstzin en fïjnen smaak, van
’ echt~Parijsche modes, hetgeen een vervanging door eigen waren
~ vrijwel onmogelijk of althans hoogst ongewenscht maakt.
Engeland kan zijne markt niet tegen Duitschland's uitvoer
`A beschermen, toch is het oude vrijhandelsprincipe niet prijsgegeven,
‘ temeer niet, toen de statistieken in de laatste jaren begonnen ­
Q aan te wijzen, dat de z.g. achteruitgang van den Engelschen
handel, d.w.z. een verhoudingsgewijs langzamere vooruitgang
·.‘,. dan Duitschland en Amerika zich weer begon om te zetten in
een vooruitgang in versneld tempo, zij het ook met hier en
daar locale verschuivingen in Engeland's nadeel. Dit hoog~
houden van den vrijen handel mag een van de meest zegenrijke
principes van het liberale bewind genoemd worden en zal
misschien in afzienbaren tijd de gelukkigste gevolgen voor de
Europeesche handelspolitiek hebben, daar in het jaar 1917 bijna
alle Duitsche handelstractaten vernieuwd moeten worden, waarbij
Engeland's en Amerika's houding en de nieuwe stroomingen in
de nader betrokken landen van grooten invloed zullen wezen.
Want èèn van de ernstige redenen, waarom in Engelsche pro~
ducentenkringen eene stijgende verbittering tegen de Duitsche
handelspolitiek gevonden wordt, is wel de miskenning van
,,fairness" in het zakenleven. Men vindt het ,,unfair" op zulk
eene wijze te concurreeren, dat de buitenlandsche markt, in
casu de Duitsche, voor mededinging gesloten wordt, terwijl de
l