HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 24

JPEG (Deze pagina), 862.64 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

l
22
. . . . achtige groepen van belanghebbenden tegelijk- treft. Buiten~ ` -· ·
landsche tariefpolitiek is een massaal werktuig, dat buiten 's lands
grenzen heel dikwijls vermorselde wat bloeiende was, of als een j
stormvlaag jonge ondernemingen naar gansch andere kusten blies. ;
Toen Frankrijk in 1910 zijne tarieven verhoogde, leden
Duitsche producenten groote verliezen. Duitschland trachtte
Frankrijk weer te doen boeten door het hoogste tarief op cham~
pagne en liqueur te heffen, 't geen den afzet moest schaden.
Toen Rusland in 1892, door uitsluiting, niet van de kortstondige
graantariefverlaging van Duitschland kon prolïteeren, en boven~ l
dien de invoer van rogge en tarwe verboden werd, wendde
het onmiddellijk het maximumtarief op alle Duitsche producten l
aan; toen ging Duitschland de Russische producten met 50 O/O ~
meer belasten. Het gevolg werd anders als bedoeld was. De ul.
Russische rogge werd in Engeland verkocht en drukte door l,
zijn overvloed de prijzen van de Oost~Elbische graanbouwers.
Duitschland trok geen voordeel van zijn invoerverbod. j
De Duitsche wet van 1895 gaf de macht, naar goedvinden j
de invoerrechten tot 100 O/O `toe te verhoogen, zelfs de vrije ,
artikelen mochten tot met 20 O/O belast worden. Hiermede werd
de grootste handelsonzekerheid en de grootste willekeur moge~
lijk gemaakt.
De buitenlandsche handelspolitiek heeft hierdoor zulk eene j
scherpte gekregen, brengt zooveel onrust en vertroebeling in jl
de wederzijdsche betrekkingen, dat men daarom alleen reeds ,(
eene volledige herziening dezer politiek zou wenschen. Al deze ­«;·’
overeenkomsten moeten door loven en bieden tot stand komen:
,,laat gij mijn katoen onbelast binnen, dan neem ik uwe stoom~
turbines, neemt gij mijn ingemaakt vleesch, dan kunnen uwe
naaimachines vrij binnen komen." En lukt dit niet, dan be~ .
ginnen over en weer de pogingen om het gewenschte àf te
dwingen. ’
Argumenten vóór en tegen deze handelspolitiek zijn ten allen t
tijde legio geweest, maar dat per slot van rekening de vrij­ *
handelspartij, vooral door den economischen bloei van de voor~ j
naamste landen, die zulk een steun niet meer noodig hebben, l
steeds meer kans krijgt de overheerschende te worden, is uit ‘
talrijke symptomen reeds te bemerken. Men houde deze handelsver~
houdingen in het oog, wanneer Engeland zich b.v. met zoo volle j
overtuiging de beschermer der vrijheid noemt. Dat de Duitscher j
op den weg der politieke vrijheid, welke de Engelschman reeds
l
l
E