HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 17

JPEG (Deze pagina), 883.49 KB

TIFF (Deze pagina), 6.84 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

15
i ruilbare producten. Teekenend voor den landbouwstand met zijne
Q lange crisisperiode, met zijn grootgrondbezit, waar machines het
w gebruik van levende krachten deels overbodig maakten, deels
de overige arbeiders in afhankelijkheid hield, was het dat hij de
inkomenzoekenden van zich stootte, ·- men trok in overwel~
digende mate naar de steden -· of nog verder, naar het buiten-
jl land, naar Amerika vooral.
ë De industrie, die in den beginne der zeventiger jaren zulke L,
zware tegenslagen te dragen had, kon de toenemende bevolking i
E aanvankelijk nog niet tot zich trekken, ook herschept een land-
~ arbeider zich niet zóó gemakkelijk tot fabrieksarbeider. De uit~ ,
tocht naar Amerika, niet uit overbevolking, integendeel, het
waren juist de dunbevolkte streken die het grootste contingent
W afstonden, was reeds vroeger begonnen, was in de oorlogsjaren
jg 1866-·187O zeer sterk geweest, daarna tien jaar lang veel ge~
ringer, werd eenige jaren weer sterker, maar zonk toen tot
l onbeduidende getallen terug. De dikwijls genoemde oorzaak van
Duitschland's expansie~drang, overbevolking, is geheel onjuist;
*2 de Duitsche emigratie is ongeveer de geringste van Europa, en
nl mag al twintig jaar lang geschat worden op een niet hooger ‘ ·
contingent, dan eene normale internationale personenuitwisseling
è medebrengt. ` “
X Eene logische wisselwerking begon: het verbeterd bank~ en `
eenvormig muntwezen, het eenvormige handelsrecht, de rijks~ x
tolgrenzen vergemakkelijkten in het opbloeiende land de kapitaal~
concentratie, de handelstransacties; de wassende bevolking ver-
schafte het menschenkapitaal, en het bewustzijn van wat te
kunnen, wekte den drang tot scheppen. Over en weer begon A
de rijkdomvermeerdering; de rijkdommen uit den bodem voedden
de nijverheid, de nijverheid voedde het verkeerswezen, het ver- 4
keerswezen leidde tot de vergemakkelijking van den buiten~ ,§
landschen handel, de buitenlandsche handel voedde wederom " f;
het geheele binnenlandsche productievermogen naar het principe " jl
dat wáár tegen wáár geruild wordt. Het land bloeide. _
Kenmerkend voor het sterk industrieele karakter van het
Duitsche productieleven is dan ook de enge samenhang van de
nijverheid met het bankwezen. Er is geen land waar de ver~
houding zóó innig is, als juist in Duitschland, of waar de vaderlijke i
zorgen, waarmede de Rijksbank den bloei van het industrieele
leven omringt, zich zóóver uitstrekken. Sterk merkbaar was bv. Q
’; steeds het streven van de regeering om het Duitsche kapitaal
W K
1 V; ;
ïi" ,