HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 14

JPEG (Deze pagina), 861.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

F
1
l 12
g hoogen nood ware dit nog te verdedigen, in normale omstan~
i digheden, en die zijn reeds sedert een twintigtal jaren inge­­ ti
S treden, zeer zeker niet.
l Graanbouw is niet snel productiever te maken, noch snel tot
een extensiever bedrijf uit te breiden, wanneer kleinbezit over~
weegt. g
1 Overgang tot intensiever kleinbedrijf, tuinbouw, of tot vee~
J teelt zou een voordeeliger opbrengst mogelijk maken en dus
l de waardeverhouding tusschen grond, kapitaal en rente her~
' stellen, maar daartoe behoort ervaring, intellect en onder~ j
j nemingslust. I
`B Ondanks de vele slechte jaren welke aan het einde der vorige {
l eeuw nog te boeken waren, is men daartoe niet of zéér weinig §
overgegaan. Eene verbetering van het landbouwbedrijf bracht
deze nood wel, maar de verhouding van de bevolking tot de {
inlandsche graanproductie veranderde nog veel sneller, zoodat ll
I de graaninvoer uit het buitenland steeds steeg.
* Dank zij deze toestanden is het Duitsche Rijk door zijn tarief~ ‘
) politiek in een uiterst neteligen toestand geraakt, waaruit het
j zich voorloopig niet wil en niet gemakkelijk kan redden. Het j
1 volk betaalt het graan veel te duur. Deze indirecte belasting {
A; wordt berekend op drie à vier mark per hoofd, met de belas~
' ting op andere levensmiddelen zelfs stijgende tot 6 mark toe,
, en deze baten, het is een steeds luider herhaalde grief in Duitsch­ Q,
land, vloeien in de zakken der graanbouwers, d. w. z. der Prui~
sische groot~grondbezitters. Om deze grief wat te verzachten,
I is bepaald (in 1912), dat een deel van de opbrengst der invoer-
rechten gebruikt zou worden tot bestrijding der weduwen~ en
; weezenpensioenen; maar alléén dàt deel, dat boven de normale
T netto~opbrengst der laatste jaren zou stijgen, m. a. w.: wanneer
I een slechte oogst (dus hooge prijzen I) een grooten invoer uit
A het buitenland zou noodig maken. Er zou dus een surplus ver~ T
, kregen worden in dure en moeilijke tijden ten koste juist van Qi)
de arbeidersbevolking, die het zwaarst gebukt gaat onder hooge ET
broodprijzen. Deze koppeling mag ook al geen gelukkige heeten. ,;
Eene verandering van handelspolitiek zou echter niet meer gï
1 of minder dan eene vermogensvernietiging beteekenen voor alle $*1
diegenen, die hun grond ten tijde der hooge grondprijzen gekocht
hebben en voor de belanghebbenden bij de in sommige streken
i zwaar verhypothekeerde bezittingen, dus voor tal van onschul~
i digen. Deze hypotheken, welke als geldbelegging voor liefdadige
·:
Af
mi