HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 13

JPEG (Deze pagina), 858.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.81 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

11 ‘
aan graan hadden, werd de groote korenschuur van Pruisen
niet de voorraad waaruit geput werd; de slechte communicatie-
middelen maakten den toevoer te duur.
De aanvoer kwam dus langs een anderen natuurlijken weg:
uit Amerika over Rotterdam naar Keulen en Mannheim, waar
deze losplaatsen zich tot eerbiedwekkende distributieplaatsen
_ ontwikkelden, en ook over Hamburg en Bremen.
Sedert de laatste dertig jaar is echter het spoorwegnet zoo
volledig uitgebreid, dat van vervoermoeilijkheden geen sprake
meer kan zijn. Bestonden deze niet, dan zouden de Oost-Elbiërs
in concurrentie met goedkooper buitenlandsch graan hunne
L prijzen moeten verlagen, wat winstderving zou beteekenen. Boven-
dien zouden zij door aanbod tegen lager prijs de productie-
-opbrengst voor de kleine grondbezitters nog meer doen dalen.
ff Om dit te verhinderen, wordt, dank zij hun invloed, een vracht-
I, tarief van het jaar 1861 in stand gehouden, waardoor eene
li goedkoopere verzending van graan onmogelijk is; door dit
kunstmatige middel worden Oost-Elbië en West- en Zuid-Duitsch- _
land van elkaar gescheiden gehouden. Eene tweejarige poging
Ql (1892--1894) om een goedkooper tarief burgerrecht te ver-
schaffen, werd opgeheven op aandringen van Zuid-Duitschland;
de toevoer veroorzaakte waardevermindering van den grond.
Ook de uitvoerpremie op graan, om tot meerdere productie te
prikkelen en de regeling van het identiteitsbewijs voor in- en
uitgevoerd graan en meel vermochten niet anders dan onzuivere
toestanden in het leven te roepen.
De uitvoerbewijzen van meel en graan mochten o. a. ook
f dienen als betaling bij den invoer van petroleum en koffie, ver-
` loren dus zelfs het verband met de graan-questie.
1 De opheffing van het identiteitsbewijs bracht zelfs mede, dat
het graan, over de Oostzee uitgevoerd, over Hamburg weer
Y ingevoerd werd!
J De toenemende vraag in het binnenland door de sterk aan-
l · groeiende bevolking deed den invoer steeds toenemen, de binnen-
landsche prijzen moesten de buitenlandsche volgen, en weldra
f wezen de statistieken nauwkeurig aan, dat de graanprijs in
?` Duitschland zich naar den wereldprijs richtte, maar . . . ver-
{ hoogd met de zware invoerrechten. M. a. w. het Duitsche volk
l betaalt dit dagelijksche voedsel veel te hoog, wat op de arbei-
j dersklasse het zwaarste drukt, terwijl de graanbouwende groot-
L grondbezitters daarvan alle voordeel genieten. In tijden van