HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 12

JPEG (Deze pagina), 896.00 KB

TIFF (Deze pagina), 6.81 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

{ 10
i waar het kleinbezit overweegt. De hooge beschermende rechten
hebben nu teweeg gebracht, dat de Pruisische graanbouwers
hun koren konden verkoopen tegen den prijs van buitenlandsch
graan plus de daarop komende vervoerkosten en invoerrechten;
m.a.w. zij konden een surplus-winst boeken, door niets anders,
, dan door de kunstmatig door de tariefwetten omhoog gedreven
prijzen verkregen. Toen trad de normale wisselwerking in. De
grond bracht met dezelfde moeite en kosten méér op, steeg
dus in prijs, en hier deed de Noord-duitsche groep haar nood-
lottigen invloed op de Zuid-duitsche gelden. Niet alleen steeg
de grondprijs voor de groot-grondbezitters, deze verhooging
sloeg over op de grondprijs der kleinbezitters, en . . . kleinbezit _
is zéér weinig constant van eigenaar. Bij den eersten eigendoms-
overgang werd deze waardeverhooging, uitgedrukt in veel hoogere
prijzen, door den eigenaar als zuivere winst geincasseerd. De j'
tweede eigenaar echter moest door verhoogde intensiteit uit g
zijn duren grond eene normale rente van zijn daarin gestoken
kapitaal zien te verkrijgen, wat hem in het kleinbedrijf slecht
of slechts ten deele kon gelukken. Hierdoor ontstonden de mis-
standen, waaronder het kleinbedrijf nu te lijden heeft; de grond
is boven zijne waarde gestegen. De overgroote vraag naar
grond dreef de prijzen nog sterker op, de invoer van buiten-
landsche voortbrengselen drukte bij het geringste prijsverschil
deprecieerend op de binnenlandsche prijzen.
Hieruit is te verklaren, hoe bij den minsten tegenslag het
kleinbezit in andere handen overgaat, terwijl eene normale rente
reeds lang niet meer gemaakt kan worden. De gunstige positie
voor de grondbezitters begon echter juist, toen de landbouw-
krisis, waaronder Europa van 1875-1890 te lijden had, over-
wonnen was, en dus de hooge graanprijs niet meer kon gelden
als tegemoetkoming aan bedrijfsverlies. 3
Deze al sedert een vijfentwintigtal jaren heerschende voordeelige ’
toestand wordt nog op andere wijze verdedigd, dan door het iz
hardnekkig vastklampen aan de beschermende rechten. Het is
nog steeds eene geldende waarheid in het economisch leven, dat »
niet alle handel zich gemakkelijk van bedding laat veranderen. j
De waren stroomen bij voorkeur langs een natuurlijken weg, "
de kunstmatige wegen moeten ook door kunstmatige middelen 2
in stand gehouden worden. Eertijds was de natuurlijke handels-
weg van het Oost-Elbische graan over de Oostzee naar Skan- j
dinavië en Rusland. Hoewel West- en Zuid-Duitschland behoefte g