HomeDuitschlands groei en het Pruisische overwichtPagina 10

JPEG (Deze pagina), 870.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.80 MB

PDF (Volledig document), 84.27 MB

{ _ , ,,,, , fr Y --- ­••·~/'*·~«~~<·•­•~~­» ­•~- *‘F·~¢ «4­.
f
8
dollen overmoed in het ,,zaken­doen." De industrieele wereld
werd meegesleept door eene ware "oprichtingsmanie." Binnen
drie jaren tijds werden niet minder dan 958 maatschappijen op
aandeelen opgericht met een gezamenlijk kapitaal van 3600
millioen mark, méér dan in al de vorige jaren van dezelfde
eeuw tezamen. Spoedig viel alles als een kaartenhuis inéén:
bankroet op bankroet sleepten banken, spoorwegen, ijzer· en
steenkool~industrieën en tal van afhankelijke ondernemingen
mede. De krisis in Engeland en Amerika verscherpte het ongeluk
nog voor de vele Duitsche aandeelhouders. Het was eene tragische
inéénstorting, waaraan het jonge Duitschland niet het hoofd
kon bieden. Men kon met recht zeggen, dat de Fransche milliarden
oneindig veel meer onheil gesticht hadden in het land der ont~
vangers, dan in het land der schuldplichtigen. Hier nu lag één ,
der oorzaken, waarom men in industrieële kringen naar be~ `
schermende rechten, waarmede men hun bloei te bevorderen
meende, begon te verlangen.
Naast deze ramp kwam eene tweede. De eigenlijke dragers
der vrijhandelspolitiek waren steeds de Pruisische, met name
de Oost­­Elbische groot-grondbezitters geweest. Toen hun haven~
uitvoer echter steeds meer markten gesloten vond, en de over~
zeesche concurrentie hen zelfs op eigen bodem schade ging ver~
oorzaken, vingen daarmede de moeilijke jaren voor den landbouw
aan. Hun ijveren voor den vrijhandel begon snel om te slaan
in een noodkreet om bescherming; weldra was het verlangen
daarnaar algemeen.
Deze twee toestanden vielen samen met een derden en be~
werkten per slot in 1879 het verlaten van den vrijhandel. Het
jonge Rijk had namelijk geen eigen bron van inkomsten. Iedere
Bondsstaat had eigen belasting- en Hnantiewezen. De Rijksuit­
gaven werden uit Bonds~bijdragen bestreden. Gezet voor de taak
overal de consolidatie der talrijke staten en staatjes punt voor
punt te verwezenlijken, stond de regeering feitelijk onmachtig
voor de vraag, hoe het noodige geld daartoe te vinden zonder
van één of meer Bondsstaten in voortdurende afhankelijkheid
te geraken. En voor een doortastend optreden was finantieele
onafhankelijkheid één der eerste voorwaarden. Bismarck's voor~
stellen dienaangaande waren reeds eenige malen mislukt. Nu
echter boden gunstige omstandigheden de gelegenheid tot ver~
wezenlijking van een fiscaal plan, waarvoor de gewenschte
meerderheid gevonden kon worden. De liberale partij verwierp