HomeOver historische levensidealenPagina 40

JPEG (Deze pagina), 954.31 KB

TIFF (Deze pagina), 8.35 MB

PDF (Volledig document), 34.68 MB

· .. . .. . . i _ 1 _ s , ‘··’·’ " ’ï=- ·· =‘ W '·- ##1 ``‘­ .; ¥ ‘‘‘ t
F ä . il

5
à
L; 1 ‘
1 1 38
1
1 l scherp verkondigd door Eucken. Deze gedachte kan van het streven _
jl naar een zuiver geestelijke wereldheerschappij der duitsche cultuur gj
~, (in dien zin b.v. de keizer bij Lamprecht l. c. 99) afdalen tot een
‘ onomwonden imperialisme: ,,Deutschland und ein gutes Stück Welt Q.
lv den Deutschen ,... vom geographischen Nationalismus zum rassen­ f
mässigen Glauben an das Leben und die höhere Persönlichkeit unseres
ll l Volkstums . . . fortschreiten" (F. Siebert, Der deutsche Gedanke in
( der Welt, Deutsch~akad. Schriften, herausg. v. d. H. v. Treitschke~ ,
Stiftung no. 3, 1912). Een merkwaardige ontwikkeling van deze ge- _?
` { dachte vertoonen de geschriften van Arthur Bonus, Deutscher Glaube
1897, Zur Germanisierung des Christentums 1911 (omgewerkte ff
essays uit de jaren 1895 tot 1901, = Zur relig. Krisis Bd. I), Vom
rzeuen Mythos 1911. De schrijver gaat uit van een ongetemperde V
* r nationale vooringenomenheid en streeft aanvankelijk naar een herstelde J
Y vereering van Wodan als een soort vazal van Christus (D. Glaube
fl passim). ,,Die religiöse Entwicklung der Zukunft ist die bewusste 1
’ · Wiederaufnahme der mittelalterlichen Anfänge: die Weitergermanisie~ i
( rung des Christentums". Het duitsche volk heeft zich ,,am geeignetsten 1
2 erwiesen, das Erbe Israels anzutreten". Bij Romanen en Slawen is ·
;( ,,von einem tieferen Verständnis des Christentums noch kaum ein I
Anfang vorhanden". (Zur Germ. 12, 14, 15, oorspronkelijk uit Ti
1895). Gaandeweg worden deze voorstellingen zuiverder en minder _
`li eng. Hij bespot nu de moderne Wodanvereerders. De ijslandsche sagen i`
1 en de duitsche voortijd kunnen enkel een stemmingsachtergrond op- (
, leveren, men voelt die wereld, ,,als echter deutsch und härter ,
jl deutsch", men kan het zelfs betreuren, dat zulke veelbelovende
( ( kiemen van een germaansche religie zich niet ontwikkeld hebben, maar ,
godsdienst geven kan Ysland ons niet Getm. 105»-111, uit 1901). -
( Gebleven is de behoefte aan een religieuze gestemdheid, waarin ,,ein j
Q unbeugsamer Wille zur Macht und Gewalt der Seele zu innerstem
l 1 und höchstem Stolz und Trotz" overheerscht (ib. 66), ,,die alte germa~ ‘
nische Auffassung der Religion als einer Kraftquelle statt Kranken~ V
zuflucht", (42) ,,nicht Träume machen die Religion aus, sondern Tapfer­
keit und Eingreifen" (34); de duitsche levensvraag is: ,,Wie herrsche
‘ ich über die Welt ?" (16, 34). In Vom neuen Mythos is het nationa-
li listische gehalte dezer gedachten nog verder beperkt en veredeld
j) (40 ff.), De schrijver waarschuwt in het voorbericht van Zur Germa­ (
. nisierung 1911, den titel ,,nicht kleinlich aufzufassen", en inderdaad ’
( zou men zeer onbillijk doen, zich dezen denker slechts als een gees~
· telijk imperialist en rassentheoreticus voor te stellen.
De oorlog heeft bij velen deze stemmingen in het grove en mate~ 1
rieele doen omslaan. Is het niet eigenaardig, dat een theoloog als
I
`sl