HomeOver historische levensidealenPagina 39

JPEG (Deze pagina), 898.18 KB

TIFF (Deze pagina), 8.34 MB

PDF (Volledig document), 34.68 MB

{ V `'_ . , ·. , ,_VV· & ·' . v.‘<v; ·v`,» ‘.-l*
37
Die Minnetheorien in den ältesten Liebesromanen Frankreichs, Mar-
burg 1911; Edm. Faral, Recherches sur les sources latines des contes
et romans courtois du moyen-age Paris 1913.
21) Over de beteekenis van het christelijk element in de Renais-
sance zie 0.a. K. Burdach, Sinn und Ursprung der Worte Renais-
sance und Reformation, Sitzungsberichte K. Preuss. Akad. d. Wiss.
1910, 594, en E. Walser, Christentum und Anti/ce in der Auffassung
der italienischen Renaissance, Archiv f. Kulturgeschichte XI, 1914, 273.
22) Reeds Froissart heeft van de ridderlijke plichten een volkomen
renaissance-opvatting, zie ed. Luce et Raynaud I 3, 4; IV 112. Chas- (
tellain zegt: ,,Honneur semont toute noble nature, d'aimer tout ce (
qui noble est en son estre". Le dit de verite, Oeuvres VI, 221.
23) D. Schäfer, Weltgeschichte der Neuzeitl (1 Auflage 1907) S. 7.
24) Historische Zeitschrift 105, 1910, 456. De behoefte, om de
nieuwe duitsche cultuur, waaraan men zich werkzaam voelt, in be-
trekking te brengen tot den germaanschen voortijd, beperkt zich
niet tot de monumentale kunst en de nationale poëzie. Een paar
voorbeelden mogen dat verduidelijken. In het streng zakelijke en
wetenschappelijke werk van L. Schmidt, Geschichte der deutschen
Stámme bis zum Ausgange der Völkerwanderung treft het den
niet-duitschen lezer, hoe de schrijver bij het verhaal van Arminius'
) ‘ daden (II, 2, 1913, 105 ff.) zijn modern nationaal gevoel laat mee-
l spreken. Arminius is ,,einer der grössten Helden unserer Na-
tion", wien Duitschland eeuwig dankbaar moet zijn, ,,die erste ent-
schiedene Verkörperung des nationalen Gedankens", iemand van
,,angeborene Genialität", ,,die Lichtgestalt des Cheruskerfürsten".
Moderne begrippen worden in de verhouding van Romeinen en
( Cherusken geprojecteerd: ,,Freilich war der Sieg nicht in olfener
Feldschlacht, sondern durch einen hinterlistigen Ueberfall gewonnen
worden. Aber die Deutschen hatten den Römern doch nur mit glei-
1 cher Münze gezahlt, die selbst mit Treulosigkeit und Bruch des
l Völkerrechtes ihnen vorangegangen waren", p. 116.
) Lamprecht, Der Kaiser, 1913, legt den nadruk op de, overigens
( uiterlijke, overeenkomsten tusschen de hooge cultuur van een volk
l en deszelfs ,,LIrzeit", o.a. in den democratischen zin der 20ste eeuw
en dien van den germaanschen voortijd, p. 7. Hij constateert in
j Wilhelm II krachtige ,,Reste einer urzeitlichen Veranlagung", die
l zich o.a. in 's keizers ,,Ahnenkult", godsopvatting en begrip van on-
derdanentrouw openbaren, p. 6, 40, 42, 47.
De ,,Urzeit"-stemmingen hangen ten nauwste samen met het sterke
geloof ,,an die besondere weltgeschichtliche Berufung und Begabung
des deutschen Volkes" (Lamprecht l. c. 99), onlangs zoo verrassend