HomeDe invloed van verschillende zoutoplossingen op het doorlatingsvermogen van den bodemPagina 8

JPEG (Deze pagina), 802.85 KB

TIFF (Deze pagina), 7.70 MB

PDF (Volledig document), 15.08 MB

-
Q.
_ 6 ..
In de graphische voorstelling vallen deze takken van III en
IV samen.
V. De lijn CaCl2 (calciumchloride).
De doorlaatbaarheid neemt zeer sterk toe; de D-lijn stijgt de
eerste dagen verbazend, om daarna vrijwel constant te blijven,
al is ook eenige langzame daling ten slotte waar te nemen *).
De doorloopsels zijn al zeer spoedig volkomen helder en `
nagenoeg kleurloos en blijven dit gedurende de geheele proef-
neming.
Bij vervanging van de oplossing door zoet water neemt D.
sterk af, om echter betrekkelijk spoedig nagenoeg constant te
worden. Na 75 dagen is D. gedaald tot ongeveer 40 mgr. per
minuut (dit punt komt niet meer op de graphische voorstelling voor). ·
Het ligt buiten het bestek van dit artikel hier eene verklaring
te geven van de waargenomen verschijnselen. Ik hoop dit later j j
j te doen, wanneer de nog in gang zijnde proeven meer licht ge-
bracht hebben. =
l Thans moet volstaan worden met in algemeene trekken mede te
deelen, tot welke gevolgtrekkingen deze verschijnselen aanleiding
geven, vooral in verband met de opvattingen van andere onder-
. zoekers.
Het mag ongetwijfeld eenige verwondering baren, dat door
nagenoeg alle aangehaalde onderzoekers de werking van verschil-
I lende zoutoplossingen op het doorlatingsvermogen van den bodem
beschouwd wordt uit een physisch oogpunt, terwijl toch reeds
sinds WAY 5) bekend is, dat hierbij diepingrijpende chemische
omzettingen kunnen optreden. De enkelen, die tot voor korten
tijd ook chemische omzettingen hebben aangenomen ter verklaring
van het korstig worden van den bodem nà toevoeging van zekere
*) De doorloopsels zijn geregeld gewogen om 9 uur ’s morgens en ge-
woonlijk ook om 4 uur’s namiddags. Tengevolge van het verschil in tempera-
tuur tusschen dag en 113Cht is er verschil in D. De lijn loopt zigzagsge-
wijze. Dit verschijnsel is bij alle proefnemingen waargenomen en staat in
verband met de viscositeit. Ook bij de lijnen III en IV treedtdit verschijnsel op. .