HomeDe invloed van verschillende zoutoplossingen op het doorlatingsvermogen van den bodemPagina 7

JPEG (Deze pagina), 750.20 KB

TIFF (Deze pagina), 7.64 MB

PDF (Volledig document), 15.08 MB

: V`
i.
_. 5 _
BESPREKING DER RESULTATEN. I
. I. De lijn H20 (water).
De doorlaatbaarheid neemt gedurende de eerste dagen snel ,
af, om daarna betrekkelijk constant te blijven. Deze sterke vermin­ .
‘ dering van D. is zonder twijfel in hoofdzaak toe te schrijven aan ?
het dichtslibben van den grond. Mogelijk oefent ook de langzame
verwijdering van de opgeloste zouten eenigen invloed uit. Bij de
talrijke proeven, met gedestilleerd water genomen, heeft de lijn fi
steeds na eenigen tijd een stijgend gedeelte vertoont. Eene po-
ging tot verklaring van dit verschijnsel moet hier achterwege blijven. Z
II. De lijn NaCl (keukenzout).
De doorlaatbaarheid neemt af, evenals bij l(H,0); in het
W begin wederom zeer sterk, daarna geleidelijk. Een stijgend ge-
' deelte vertoont deze lijn niet.
De filtraten zijn iets geler gekleurd dan bij I (H20), doch
2) volkomen helder.
Bij vervanging van het keukenzout door gedestilleerd water,
wordt D. binnen 2 dagen practisch gelijk nul.
III. De lijn KCI (kaliumchloride).
De doorlaatbaarheid is grooter dan bij I (HZO). Bij vervan-
ging van de oplossing door gedestilleerd water, heeft niet eene
zoo volledige dichtslibbing plaats als bij II (NaCl); men verkrijgt
nog dagen lang eenigfiltraat, dat troebel en donker bruin gekleurd is.
IV. De lijn NH.Cl (ammoniumchloride).
In den aanvang is de doorlaatbaarheid ongeveer even groot
als bij water en keukenzout, doch neemt de eerste dagen sterk
toe, om daarna te dalen. Bij vervanging van de oplossing door
gedestilleerd water, heeft evenals bij III (KCI) geen volledige dicht-
slibbing plaats; nog dagen lang verkrijgt men een vuil, in den
aanvang geel­bruin, later donker-bruin gekleurd filtraat.
t I
. jr