HomeDe invloed van verschillende zoutoplossingen op het doorlatingsvermogen van den bodemPagina 5

JPEG (Deze pagina), 805.74 KB

TIFF (Deze pagina), 7.63 MB

PDF (Volledig document), 15.08 MB

li
T - 3 - I
verklaart MITSCHERLICH (blz. 152) uit de omstandigheid, dat de '
. kalkdeeltjes zich niet gelijkmatig tusschen de gronddeeltjes ver-
F spreiden; de kohesie tusschen de gronddeeltjes wordt derhalve ‘
[ niet zoo gelijkmatig opgeheven, als het geval is bij eene be- 5
F mesting met een in water oplosbaar zout (keukenzout, chilisal-
l peter). De bodemkrummels zullen nu juist op die plaatsen, waar
· zich kalkzouten bevinden, gemakkelijker barsten, met dit gevolg, I
l dat grootere krummels gemakkelijker in kleinere uiteenvallen, dan `
« wanneer de grond niet met kalk bemest was; deze kleinere
t bodemkrummels blijven echter als zoodanig bestaan.
l Het groote verschil tusschen de werking van keukenzout, g
chilisalpeter, e.d. aan den eenen kant en kalk aan den anderen i
i op den physischen toestand van den bodem, is derhalve alleen _
te zoeken in het verschil in oplosbaarheid dezer stoffen. ‘
i In dit opzicht stemmen MITSCHERLICH en MAYER derhalve (
Q overeen 4). !
--ï--­ s
T In den zomer van 1906 zijn door mij talrijke proeven aangezet, l
jj ten einde den invloed van verschillende zoutoplossingen op het
` doorlatingsvermogen van den bodem nategaan.
De inrichting dezer proeven is hierachter afgebeeld.
In een lampeglas ABC (24 cM. lang en 4,5 cM. middellijn), ,
dat van onder afgesloten is met een stukje linnen, wordt eerst
b een laagje zuiver zand (Z) gebracht (50 gram) en daarna 200 gram
van den door een zeef van 1 mM. gezeefden grond (B C). Ten H
einde eene gelijkmatige vulling te verkrijgen, geschiedt het in- ;
brengen van den grond lepel voor lepel, onder voortdurend, doch j
zachtjes, kloppen. De aantewenden vloeistoffen bevinden zich
in breede flesschen (E) en staan door een hevel (D) met het
lampeglas in gemeenschap. Door middel van een buisje treedt
de buitenlucht in de flesch, terwijl een tweede buis voor bijvulling _
dient. De doorloopsels worden in bekerglazen (F) opgevangen
en op bepaalde tijden gewogen. Het lampeglas hangt in een
ring, welke door een houder H bevestigd is aan het tafeltje,
waarop de flesch staat. Berekend is de hoeveelheid doorgeloopen ï.
vloeistof in mgr. per minuut (D).
#4