HomeDe invloed van verschillende zoutoplossingen op het doorlatingsvermogen van den bodemPagina 10

JPEG (Deze pagina), 819.64 KB

TIFF (Deze pagina), 7.67 MB

PDF (Volledig document), 15.08 MB

l
t
l
_ 8 _
j echter het analytisch bewijs voor de aanwezigheid van zeolithisch
materiaal in den bodem nog niet geleverd. Hij meent ditbewijs
nu onlangs geleverd te hebben; hij constateert althans gelijke
samenstelling en gelijk gedrag in chemisch opzicht bij de zeoli-
tische verbindingen van den bodem en van de gekristalliseerde
zeolithen en wel in die mate, dat men gedwongen is aan te ne-
men, dat de uitwisselende verbindingen van den bodem uit zeolithen
bestaan. *)
Bij dit onderzoek van GANS is nu verder een eigenaardig ver-
schil aan het licht gekomen tusschen de alkali-zeolithen en de
aardalkali-zeolithen, 1n.a. w. tusschen de aluminaat-silikaten van
Na, K, NH, en van Ca, Sr, Ba, Mg.
Terwijl de laatste korrelig en gemakkelijk doorlatend zijn, vor-
men de eerste eene taaie, slijmige, moeilijk doorlatende massa.
GANs stelt zich de zaak nu zoo voor. Bij bemesting met K-
en Na-zouten ontstaan uit de kalkhoudende zeolithische verbin-
dingen van den bodem de slijmige, moeilijk doorlatende K- en
l Na-aluminaat­silikaten; wordt de hoeveelheid van deze laatste i
) betrekkelijk groot bij eene overmatige bemesting met bijv. chili-
salpeter, dan verstoppen ze den bodem.
Deze door (JANS aan het licht gebrachte feiten kunnen onge-
twijfeld benut worden om te komen tot eene verklaring van het
uiteenloopend gedrag van den bodem ten opzichte van verschil-
lende zontoplossingen, zooals dat hierboven beschreven is.
Wel blijven nog verschillende vragen ter beantwoording over,
j o. a. deze, waarom de keukenzout-lijn direct daalt en de lijnen
i Ill en IV (kaliumchloride en ammoniumchloride) niet; en meerdere.
Hieraan moet nog worden toegevoegd, dat ook de humus-
achtige stoffen zonder twijfel een rol spelen in het proces 10).
Hoe het ook zij, de door mij verkregen resultaten toonen aan,
i dat de tot nu toe aangenomen verklaringen geen steek houden.
i Wel zullen de uitvlokkingsverschijnselen eenigen invloed hebben **)
*) Degeen, die meent, dat dit bewijs niet streng is,·leze: De Scheikunde
j der bonwbare aarde door G. j. Mulder, 1860, tweede deel, blz 50-52.
, **) Ik leid dit o.a. af uit het feit, dat de doorloopsels van kalk steeds helder
zijn en van water opaliseerend.