HomeOver leger en plaatsvervangingPagina 16

JPEG (Deze pagina), 788.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 40.46 MB

14 E
rijdende­artillerie, met compleet kader voor acht batte-
rijen, met miliciens die 12 à 15 maanden dienst hadden; "
en 24 kompagniën veld­artillerie, ook met compleete J
kaders en miliciens van denzelfden diensttijd. Ten ge-
volge van den afval der Belgische gewesten , gingen vele
officieren en minderen, die bij de twee opgeloste batail• j
lons veld­artillerie hadden gediend , bij de nog bestaan- H
den (het 1. en 3.) over. Het derde werd in Maastricht l
al spoedig afgesneden, zoodat het 1. bataillon, met de O
overblijfselen van het 2. en 4. , en met de rijdende­ar­
tillerie, batterijen moest leveren. Op den1.Januarij .
_ waren te velde, van de 8 kompagniën rijdende­artille­ _
rie , 4 batterijen rijdende- , en van de 6 veld-kompagniën ,
3 batterijen; deze 7 batterijen (uit 14 kompagniën,
met overblijfselen van 12 andere geformeerd,) telden,
niet zoo als de formatie medebragt 56 stukken, maar
slechts 50 stukken. Het personeel telde toen nog slechts
1,179 manschappen (met de officieren) 382 rij- en 756 trek-
. paarden. Toen het leger, in Augustus 1831, België inrukte
waren er nog slechts 9 batterijen of 72 stukken bij het
leger; en het duurde tot September 1832 alvorens 13
batterijen, geheel uitgerust, bij het leger waren.
Nu vragen wij aan den Heer van Lösnn Sans, die
ook in het bezit van alle gegevens uit dat tijdstip kan
zijn , hoe het mogelijk is, om uit 6 kompagniën veld-
artillerie, 9 batterijen te formeeren. Wat de militie-
ollicieren en onderofficieren aanbelangt , dit merken wij
. als eenen zeer schrander uitgedachten maatregel aan ,door
den Schrijver voorgesteld, om aan de gelclhebbende,
de militaire dienst smakelijk te maken. ZEd. zal ons
echter wel toestemmen , dat ieder bevclvoerend officier
eerder een oud gediend onderoflicier, dan zulke mi-
litie-ollicieren zal gebruiken, en dat deze meer in den
weg zullen loopen dan nut aanbrengen.
‘ Na 1832 zijn er 7 veld- en 6 rijdende­batterijen bij
het leger gebleven; elk met twee depóbkompagniën , en
die depóbkompagniën, (4 voor 13 batterijen,) konden
op den duur de batterijen niet voltallig houden , en de
4 toen nog bestaande treinkompagniën, moesten daarin