HomeIets over de scheepvaart voor Amsterdam en den afsluitdijk bij SchellingwoudePagina 9

JPEG (Deze pagina), 634.68 KB

TIFF (Deze pagina), 5.71 MB

PDF (Volledig document), 12.02 MB

7
plaatsen gevonden worden, en na het sluiten van den
dam, de schepen door stroomend üs geen gevaar meer te
duchten zullen hebben.
Volgens het verslag van de commissie deelden nagenoeg
alle aanwezige deskundige leden in het plan van de hee-
ren Wichers en J aski; een lid van de directie was van
oordeel, dat de hoofden niet zoo lang behoefden te wor-
, den, daarentegen wensehte de WEd. heer Ort, Hoofd-
Ingeniear van No0rd­H0lland , ze wel tot eene lengte
van 400 Meter uit te breiden, doch zou zulks volgens
ZEds. zeggen, later kunnen geschieden, als de ondervinding
de noodzakelijkheid aan den dag zou hebben gebragt.
Een lid der commissie, zijnde de heer Boelen, ver-
klaarde zich in ieder geval ten sterksten tegen de beide
zeebrekers.
Toen het eenigen tijd daarna ten duidelijkste bleek,
dat door de Directie der Maatschappij niet was voldaan
aan hetgeen door de heeren Wichers en Jaski was aan-
gegeven, dat gedaan moest worden; terwijl hetgeen
door haar gemaakt was, in het belang der scheepvaart
zeer weinig beteekent, heeft men zich daarover bg den
Minister van Binnenlandsche Zaken Geertsema beklaagd,
die beloofd heeft hiernaar een nader onderzoek te zullen
instellen. ·
Volgens schrijven van ZExc., dato 4 November jl. was
het Zlilxc. gebleken, de Directie der Maatschappij maar
t gedeeltelijk had uitgevoerd, wat vroeger door de heeren
Wichers en Jaski was voorgesteld, en naar aanleiding
hiervan om de veilige vaart te verzekeren, aan het Rijks-
toezigt een nader onderzoek zou worden opgedragen.
W Dat onderzoek heeft plaats gehad op 15 November j
*1872 , waarbij toen niet alleen alle de vorige heeren, I
maar buitendien ook nog andere Ingenieurs.
j De heer Wichers als voorzitter van de vorige commis- l
p sie, deelde toen mede wat hij omtrent den toestand der
werken had bevonden en aan den Minister opgegeven;
‘ I
i E
l