HomeIets over de scheepvaart voor Amsterdam en den afsluitdijk bij SchellingwoudePagina 5

JPEG (Deze pagina), 598.30 KB

TIFF (Deze pagina), 5.70 MB

PDF (Volledig document), 12.02 MB

Naar aanleiding der doorgraving van Holland op zgn
Smalst, betreffende het verleenen eener subsidie aan de
Amsterdamsche Kanaal-Maatschappij, is het wel denkelijk,
in de Tweede Kamer eerstdaags hierover zal worden be-
raadslaagd en bü die gelegenheid, de bezwaren, die voor
de scheepvaart bij de Oranjesluizen bestaan, vooral omdat
er voor die sluizen voor de veilige vaart geene noodige ‘
of voldoende inrigtingen bestaan, ter sprake zullen komen.
Daar men nu kan verwachten, dat, wanneer de sub-
sidie wordt verleend en de werken verder worden uit-
gevoerd, de dijk in het IJ er voor een onberekenbaren
tüd wel zal blijven, en als men dan weet, dat van 18
Maart 1872, tot 18 Maart 1873 pl. in. 75000 vaar-
_ tuigen, waarbij een aantal groote of zeeschepen, door de
Oranjesluizen hebben moeten schutten, zal men zeker wel
overtuigd worden, het dringend noodig is, dat aan beide
zijden van die sluizen zoodanige inrigtingen worden gemaakt,
waardoor ook de veilige vaart ingevolge het verlangen niet
p alleen van den vorigen, maar ook van den tegenwoordigen
E Minister van Binnenlandsche Zaken wordt verzekerd.
Hoewel er eenigen zullen wezen, aan wien het bekend
, is, dat er in het vorige jaar op aanschrijving van den
Minister twee maal bij die sluizen een onderzoek heeft
plaats gehad, om in de bezwaren, die de scheepvaart bü
die sluizen ondervindt, te voorzien, zoo ook die weten ,
j wat nu door de Commissie, die door Z. M. den Koning tot
een nader onderzoek was benoemd, is gerapporteerd, en
ç wat mede naar aanleiding hiervan door den Staat met de H
Kanaal-Maatschappü dienaangaande zal worden gewüzigd ,
` zoo is het toch wel denkelük er nog een aantal zal wezen,
i
i
i