HomeIets over de scheepvaart voor Amsterdam en den afsluitdijk bij SchellingwoudePagina 17

JPEG (Deze pagina), 601.00 KB

TIFF (Deze pagina), 5.73 MB

PDF (Volledig document), 12.02 MB

Toen ik het hierover medegedeelde op de pers had
gegeven, was ik hierover verblüdg omdat ik vertrouwde
in het waarachtig belang van vele duizenden hierdoor nog
iets goeds te zullen hebben bewerkt, maar zulks duurde
niet langer dan tot dat ik met het rapport der commissie
van onderzoek, hetgeen geteekend was door de heeren
Gevers Deynoot, van Reenen, Kappeyne van de Cappello ,
Moens en Blussé, op 19 Mei 1873 vastgesteld, bekend
‘ Werd.
4 In hetzelve wordt bij § 4 onder art. 11 gezegd:
>>Ook de regeling omtrent de remmingswerken aan de
j Oranjesluizen kwam aan de meeste leden die zich daar-·
over uitlieten, voldoende voor. Sommigen echter waren '
1 van meening, dat de bezwaren der scheepvaart op de j
Zuiderzee dan alleen weg te nemen waren, als nevens
de schutsluizen nog een spuisluis werd gebouwd."
Indien ik nu wist, het niet aan een der leden van de M
Tweede Kamer bekend was, wat volgens de concessie voor
de veiligheid der scheepvaart bü de Oranjesluizen moest
A worden gemaakt, zoo ook niet dat bij het openen der
` sluizen niets bestond en welke klagten daarover door de
schipperü zän ingediend, en met hetgeen door het inge-
ä stelde onderzoek op last van den Minister is openbaar ge-
‘ worden, dan zou ik in den bestaanden toestand, daar zoo
vele duizenden er een groot belang bü hebben, hiervan
T · niets anders kunnen zeggen, dan dat dit wel zeer treu­ t
rig is. Maar daar ik nu kan en moet veronderstellen, dat 1
,4 hoe onbekend ook met het schippersbedrüf, het toch aan {
t de meeste leden niet onbekend zal zün gebleven, wat dien- ·
g aangaande sedert het openen der sluizen op 18 Maart
1872 is voorgevallen en openbaar is gemaakt, daar er
ä toch van de leden zijn bügeweest, de HOOfCl­ZlI1g611l611` van J
n i
* l