HomeIets over de scheepvaart voor Amsterdam en den afsluitdijk bij SchellingwoudePagina 13

JPEG (Deze pagina), 602.36 KB

TIFF (Deze pagina), 5.67 MB

PDF (Volledig document), 12.02 MB

ll
een meter, dan zal het alleen maar noodig dat wezen
` men de thans bestaande lengte met eenige palen vermeer-
dert en de beplanking met vier palm verbreedt.
Ofschoon ik mij nu wel verzekerd houd, dat de Minis-
ter van Binnenlandsche Zaken er niet minder dan zün
voorganger er prüs op zal stellen, dat de scheepvaart bä
de Oranjesluizen zoo min doenlijk zal blijven bGII1OGü6­
lükt, te meer omdat ik weet de Minister overtuigd was,
dat het thans bestaande aan beide züden van de sluizen
voor de veiligheid der doorvaart, (behalve de korte rem-
mingen voor de hoofden) bijna niets beteekent, zoo heeft
artikel 11 in het gewüzigd ontwerp van wet, betreüende
bekrachtiging eener overeenkomst met de Amsterdamsche
Kanaal-Maatschappij niet alleen müne bgzondere aandacht
getrokken, maar ook van zeer vele anderen, die hierover
konden oordeelen.
In dat artikel leest men:
` >>De Maatschappü verbindt zich zonder eenige vergoe-
>>ding, voor het einde van het jaar 1873 bg de Oranje-
>>sluizen te verlengen de vier vleugelremmingen tot 150
>>Meter met eene bovenbreedte van één Meter en over
>>1OO Meter lengte gesloten, ter beveiliging tegen golf-
ïslag en strooming, te maken vier tusschenremmingen
>>met eene bovenbreedte van twee Meter, een en ander l
novereenkomstig het voorstel der Directie van de Maat-
>>sohappij, dato 5 Februarü 1873." l
Daar nu door de Directie na het openen der sluizen, l
waar toen voor de veiligheid der scheepvaart niets bestond,
werd verklaard, e1· zelfs eene voldoende haven voor aan-
wezig was, en zü later niet verpligt was er iets voor de i
veiligheid te maken, en van den beginne heeft getoond,
dat zä van de hierover ingebragte bezwaren der schipperü
niet alleen geene notitie nam, ja zelfs niet heeft voldaan §
aan hetgeen haar in bijzün van den Hoofd-Ingenieur van
den Waterstaat in Noord-Holland, volgens het oordeel
van de heeren Wichers en Jaski, dat door hen als nood- §
I
T