HomeDe hooge regeering en het Gemeentebestuur van Amsterdam inzake het Noord-ZeekanaalPagina 9

JPEG (Deze pagina), 666.81 KB

TIFF (Deze pagina), 6.44 MB

PDF (Volledig document), 19.28 MB

l
7
delijk der Directie weinig welkom zijn, omdat zij zelve
die illusie niet deelt, en dit te groot vertrouwen moet 7
vreezen te zien overgaan in een zorgeloozen slaap, waaruit
de Burgerij te laat kan worden gewekt door de mare,
dat de onderneming moest worden gestaakt, doordion de
p Staat op het voorbeeld van Amsterdam de hand er
j afgetrokken heeft.
Onder zulke omstandigheden kan het zijn nut hebben
het ernstige van den toestand in het licht te stellen,
opdat ieder zich rekenschap wete te geven van het ge-
wigt der te wachten Raadsbesluiten, en de Burgerij, als
de gevolgen haar treffen, ook wete waar de oorzaak ligt,
waar de sedes morbi te zoeken is.
Toen het Gemeentebestuur in Februarij 1868 eene .
subsidie van 3 millioen gulden uitlovende, daaraan de
tijdsbepaling van 1 Augustus 1876 voor de voltooijing
van het werk verbond, kan van die bijvoeging de be-
· weegreden niet geweest zijn, dat de nieuwe waterweg,
als hij een jaar of eene maand later gereed kwam, voor
de Stad geen waarde meer, of 3 millioen minder waarde
had, maar wel dat het de Maatschappij wilde noopen zoo
ijverig mogelijk te werken. Nu deze dat - gelijk alge-
meen erkend en oiflcieel geconstateerd is - gedaan heeft,
maar door de overmagt van stormen belet is het werk
met 1 Augustus 1876 tot in büzonderheden afgewerkt
op te leveren, bestaat er dan ook geen gangbare reden om
uitstel te weigeren; trouwens reeds in Junij 1868 verklaarde
de Minister Fock, die als gewezen Burgemeester van
Amsterdam best in staat was het in Februarij te voren,
dus enkele maanden vroeger op znn voorstel door den
Raad genomen besluit te interpreteren, dat Amsterdam,
wanneer ten gevolge van overmagt Kanaal en Haven