HomeDe hooge regeering en het Gemeentebestuur van Amsterdam inzake het Noord-ZeekanaalPagina 17

JPEG (Deze pagina), 662.05 KB

TIFF (Deze pagina), 6.46 MB

PDF (Volledig document), 19.28 MB

15
:
_ de peilverhooging als nieuwe voorwaarden verbonden
worden.
Na deze toelichting van het Jincmtieel bezwaar, en van
de onaannemelijkheid deswegen van de gestelde voorwaar-
W den, wensch ik die nog afzonderlijk na te gaan uit het
1 oogpunt van nut en nooclzaaie.
Q VVat mij een oogenblik aarzelen deed mij daarmede in
te laten, is de opvatting van sommigen, dat al die vor-
deringen, of 5/6 van den inhoud der missive van het
Gemeentebestuur d.d. 4 December ll., slechts eene inlei-
ding uitmaken, waaruit de lezer verneemt dat, als het
, Noordzeekanaal vooralsnog geen volmaakt kanaal wordt,
de oorzaak niet ligt in gemis aan vrijinoedigheid van
het Gemeentebestuur, terwnl het eigenlijk antwoord
alleen zou te zoeken zijn in het slot, aanvangende: In- ­
dien de beslissing enz. Nu geef ik toe dat wegens de
ll dubbelzinnigheid iedere uitlegging van dit slot zich ver-
l dedigen laat; doch daar het met den eerbied voor het
V Gemeentebestuur niet strookt aan te nemen, dat het vor-
'-? deringen, welke bij schrijven van 27 November ll. door
de Ministers reeds uitdrukkelijk waren van de hand ge-
wezen, bij brief van 4 December alleen wijze van
publicatie zou hebben herhaald, om ze dadelijk weer in
te trekken, moet ik onderstellen dat het slot in substan-
_ tie de eischen handdaaft en slechts de beteekenis heeft,
welke dan ook niet buiten beschouwing mag blijven, dat
­ het Gemeentebestuur wel afziet van eene dadelijke be-
paalde verbindtenis der Regering, om al de opgesomde
verlangens of extra werken te verwezenlijken, maar de ste-
delijke subsidie behoudens eene arbitrage van de voor-
naamsten dier werken blijft afhankelijk stellen; wat
vrij wel op hetzelfde nederkomt, doordien de Regering
vooreerst de beslissing over een of ander waterstaatswerk j