HomeDe hooge regeering en het Gemeentebestuur van Amsterdam inzake het Noord-ZeekanaalPagina 16

JPEG (Deze pagina), 695.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.46 MB

PDF (Volledig document), 19.28 MB

T 14
tot m. 0.30 - AP verhoogd, dan was de gewensehte _
gelegenheid, om onder alle omstandigheden water uit het
Kanaal in de Stad te laten, geboren, en Amsterdam ont-
slagen van al de werken onder a, b, c, cl en e in het
rapport van 26 Januarij 1872 vermeld.
Aan die peilverhooging, welke dus geen nadeel maar
zelfs eene aanzienlijke besparing voor de Gemeente ople-
vert, den eiseh van eene sehavergoeding van f 630,000.- Il
te verbinden, was - gelijk ik boven beloofde te bewij-
zen - eene onhoudbam vordering; en het varen laten
van die aanspraak kon dan ook het Gemeentebestuur
den 4**** December ll. niet als eene liberaliteit in eigen
credit brengen. ,
Zijne geheele houding in deze levert echter een ver-
moeden op, dat de watersehapsbesturen, die wel niet een
voordeel voor een nadeel poogden te doen doorgaan,
maar hun nadeel overdreven voorstelden, na het besluit
van den vorigen Minister, om de zaak bg ’t oude te
laten, mede hunne eisehen matigen zullen, tenzij aan de
vordering van Amsterdam, dat de Regering eene ver- W
bindtenis aanga of eene bepaalde toezegging doe om op Yi
dat besluit terug te komen, toegegeven werd.
Dat de Ministers, van het standpunt van het eischend
§ Gemeentebestuur berekenende, hoeveel geld zijne vorde-
ringen vertegenwoordigden, daaronder de kosten eener
peilverhooging, zoolang geen andere maatstaf voorhanden _
was, opnamen overeenkomstig de eischen der waterschap-
pen, is natuurlijk; en mag vooralsnog kwalijk te bepalen
zün, hoeveel hun naar billijkheid toekomt, boven twijfel
i' zou het bedrag, gevoegd bp de kosten van al de overige
door het Gemeentebestuur van den Staat en van do Maat-
isehappü gevorderde extra-werken en voordeelen, zelfs
, zonder den golfbreker, verre de subsidie van 3 m.m. te
boven gaan, aan welke die voordeelen, extra werken en