HomeDe hooge regeering en het Gemeentebestuur van Amsterdam inzake het Noord-ZeekanaalPagina 13

JPEG (Deze pagina), 653.76 KB

TIFF (Deze pagina), 6.48 MB

PDF (Volledig document), 19.28 MB

11
tot handhaving van het oude peil besloten had, dien
eisch geheel varen liet.
Die ommekeer wordt in den brief, gearresteerd bij raads-
besluit van 2 December l.l. (Bijlage NO. 74. A XII) als
eene liberaliteit of concessie in het belang der groote
scheepvaart voorgesteld, en werd in den Raad eene
opoffering genoemd, die met erkentelijkheid moest wor-
den gewaardeerd. Wat het Gemeentebestuur tot den
afstand bewogen heeft, laat ik in het midden; maar
met nadruk spreek ik de stelling uit, dat de vraag zelve
was eene onhoadbare vordering, en dat de aanvankelijk
gevraagde f 630,000.- ten onregte nog in den evenaan­
gehaalden brief worden aangeduid als eene büdrage of >>/zet
aandeel der Regering in de kosten der uit de peilsverlzooging
voortvloeiyende werken/’, en niets anders zgn dan de kosten
der Waterve2·verse7iing, een zuiver locaal of gemeentebelang.
Het bewijs van die stelling heeft men regt van mij
te verwachten, en zal ik geven: Seripta manent!
In den brief van het Gemeentebestuur aan Gedeputeerde
Staten van Februarij 1874, waarvan het sedert door den
, Raad goedgekeurd concept opgenomen is in het Gemeente-
blad va11 1874, Afd. I blz. 78 en volg., vindt men de
' »werlcen, uitsluitend ten gevolge van peilsver/zooging voor
; de belangen van Amsterdam gevorderd", waarvoor gemelde
büdrage van f 630,000.- gevraagd werd, omschreven
als volgt:
1°. eene schutsluis in het Westerkaiiaal,
2°. een uitlozingskanaal met uitwateringsluis en uit-
wateringsgeul Zeeburg, en
3°. een stoomtuig van 84 paardenkrachten.
Tot den aanleg van dezelfde of nagenoeg dezelfde WET-
ken, uitgezonderd de schutsluis in het Westerlïanaal, was
echter lang voor dat aan peilsverhooging gedacht werd,
namelijk deu 20 Januarü 1872 (zie Gemeenteblad van
E