HomeLezing in het collegie Zeemanshoop op 12 Januari 1875Pagina 9

JPEG (Deze pagina), 655.86 KB

TIFF (Deze pagina), 6.38 MB

PDF (Volledig document), 8.08 MB

7
dat 3/4 korter was dan het Noord-Hollandsch en 7/8 korter
dan het Suez­Kanaal, moest verwerpen.
Hierbij liet de spreker niet onopgemerkt, hoe in een
heden verschenen brochure van een anonymen schrijver
in antwoord op het geschrift van den heer Rurenns VAN
Rozmvnune, ten onregte was beweerd dat in de Pmctische
Beschouwingen van hem spreker en eenige andere gezag-
voerders dezen herfst in het licht gegeven, verbreeding van
4 het kanaal zou zijn gevorderd, zoodat zelfs 3 schepen
F elkander passeren konden.
i Ten slotte uitte de spreker onder luiden bijvals­
betuigingen der vergadering, door 203 personen büge-
woond, den" wensch dat de Raad van Amsterdam het
` voorstel der Regering mogt aannemen en dat men het
doel niet voorbijstreven of missen mogt, door het ver-
zetten van nog een baken te vergeten, de baken die den
i weg naar eendragt wüzen moest. _
i- Na deze lezing vatte de tädelijke President der verga-
E dering het woord op om te betoogen dat de leden van
ti >>Zeemanshoop" zeker het meest competent waren om
over de bruikbaarheid van het geprojecteerd kanaal te
oordeelen, en dat mede de zaak van het Noordzeekanaal
was een zeer urgente zaak, omdat niet alleen het tot
stand komen maar het spoedig tot stand komen van het
kanaal voor handel en scheepvaart eene levensvraag was.
Zijne geïmproviseerde en welsprekende toelichting eindigde
met eene uitnoodiging aan de aanwezige gezagvoerders
om hunne meening over de bruikbaarheid van het kanaal
uit te spreken, en dan al wat er naar hun gevoelen aan
' ontbrak, aan te wijzen.
De heer van Hnnnsrrnn OBELT zegt dat er totnogtoe aan
de bruikbaarheid van het kanaal niet getwijfeld was, maar
dat hij uit het langdurige stilzwijgen der aanwezigen na de