HomeScheepvaart- en handelsnood; veroorzaakt door de afsluiting van het IJ bij Schellingwoude en de bezwaren, daaruit voortvloeijendPagina 7

JPEG (Deze pagina), 444.10 KB

TIFF (Deze pagina), 3.35 MB

PDF (Volledig document), 8.02 MB

5
B door hun werd beschouwd als voldoende te zullen
d wezen; 5. dat, wanneer het werd gemaakt, zoo als dit
u_ door de heeren Wichers en Jaski was aangegeven,
" zulks dan wel meer als een werk van weelde kon
l worden beschouwd , dan in het belang der scheepvaart;
lt 6. dat bovendien van eene zoo prachtige inrigting door vele
1 - schippers zou worden gebruik gemaakt, om er veilig en
I; als op gemak in te kunnen blijven liggen, in plaats
__ van hunne reizen zoo spoedig doenlijk te vervolgen;
H i 7. dat hierdoor eene zoodanige ophooping van vaartui-
VS A gen zou ontstaan, dat zelfs voor stoombooten de vaart `
B door de sluizen belemmerd werd.
T En wat nu het verdere plan van de Directie betrof,
lr om te laten maken, l1oewel niet geheel eenstemmig,
,8 zeide ZEd. dat hü ook met meerdererleden van de
l_ Directie van oordeel was, dat aan de binnen- of west-
ZS l zqïde een zeebreker op eenigen afstand van de hoofden
W moest worden geplaatst.
,_ Hierna werd toen door den WelEd. heer Dirks,
b Ingenieur van de Amsterdamsche Kanaalmaatschappü,
_d die vroeger ooggetuige was geweest, dat een geladen
,_ vaartuig aan de binnen- of westzüde der sluizen door
de zware golving in den grond zou zün geraakt, indien
B_ C men het niet weder in de sluis had gebragt, eene ge­
W A kleurde teekening als van de binnen- of` westzijde der
la sluizen ter bezigtiging gelegd, met een zeebreker er
I, voor, waarop de voorzitter het oordeel verzocht te
en mogen weten.
r_ De WVelEd. heer Wichers gaf te kennen , dat hij al-
·g ‘ daar geen zeebreker noodig oordeelde, bovendien ook
Br tegen alle beletselen te wezen , die de scheepvaart zou
Br V kunnen hinderen. ·
ct Door den heer Jaski, (die van 1867 in een door