HomeScheepvaart- en handelsnood; veroorzaakt door de afsluiting van het IJ bij Schellingwoude en de bezwaren, daaruit voortvloeijendPagina 5

JPEG (Deze pagina), 424.32 KB

TIFF (Deze pagina), 3.38 MB

PDF (Volledig document), 8.02 MB

3 ,
t• niet anders dan als passagier met zeilvaartnigcn of
" stoombooten heeft gedaan.
l' Door genoemde twee heeren werd voorgesteld, om
{0 aan de zee- of oostzijde, behalve korte remmingswer­
'° ken, twee hoofden te maken van eene dubbele rei pa-
f' len, ter lengte van 250 meters en tot 100 meters ge-
le digt, opdat de uitstrooming dit de scheepvaart niet zou 4
Ke hinderen, en dan op die hoofden , behalve de noodige
m palen, eene beplanking, ter breedte van 2 meters, l
la doch zonder een zeebreker, die door hen als onnoodig
l" werd geoordeeld.
er Toen nu in eene vergadering over die beide plan-
nen werd gesproken, waarbij ook de Welfüd. heer H.
O· J. Ort, Hoefdingenienr van den Waterstaat, tegen·
lu` woordig, zoo was hiervan het gevolg, dat de heeren
lg leden der Directie van de Amsterdamsche Kanaal-
SB maatschappll, zich daarmede wel konden vereenigen;
’°' doch de WelEd. heer H. J. Ort gaf te kennen, die
ns hoofden volgens züne meaning wel 400 meters behoor-
nd den lang te wezen, doelt dit altijd later zonden kunnen
en worden verlengd, wanneer dit bleek noodig te wezen.
de Ofschoon de lVelEd. heer Hoofd·ingenieur van den
Q VVaterstaat op het door mü ingediende plan geene be-
uft J zwaren maakte, zelf te kennen gaf hiertegen ook geene
om technische bezwaren bestonden, zoo werd hetzelve niet
IJ alleen door de heeren Wichers en Jaski afgekeurd,
af? maar ook door de leden der Directie van de Amster-
duf damsche Kanaalmaatschappij; zelfs een lid der Direc-
tie, zijnde de heer Boele, beweerde, dat een zeebrcker
nd, aan de zeeztïcle niet alleen geheel onnoodig was, maar
,;,, hij, die een zeebre/ser aan de Zwanen- of wastztïtlc had
luc· voorgesteld, wel eenigzins een onzinnige moest worden
genoemd, welk gezegde overeen kwam met hetgeen