HomeScheepvaart- en handelsnood; veroorzaakt door de afsluiting van het IJ bij Schellingwoude en de bezwaren, daaruit voortvloeijendPagina 15

JPEG (Deze pagina), 455.60 KB

TIFF (Deze pagina), 3.38 MB

PDF (Volledig document), 8.02 MB

l
13
lid der Directie is begonnen met te zeggen, dat sedert
18 Maart, toen de sluizen geopend werden, de scheep-
vaart aldaar steeds geregeld ging en er om zoo te
noemen zelfs nog geene averüen of ongelukken hadden
plaats gevonden , zoo zal ik daarvan maar alleen zeg-
gen, zulks verregaand in strüd is met de waarheid,en
1 dit desgevorderd aanneem met bewijzen te willen staven.
En daar die hoogst belangrüke zaak spoedig in be-
j handeling zal komen, zoo kan men wel als zeker ver-
1 wachten, dat jhr. R. van Rozenburg, die hiertoe dan
ook beter dan vele anderen bijzonder geschikt is, wel
weder als in 1868 niet zal nalaten, om de ingediende
klagten over de scheepvaart en het waterbezwaar, niet
alleen verregoverdreven, maar zelfs in strijd met de waar-
1 heid te noemen, en dat wanneer de Maatschappij maar
V weder in staat wordt gesteld om te kunnen voortwer·
ken, de tijd dan zal leeren, dat niet alleen Amsterdam ,
maar zelfs een groot gedeelte van Nederland hierdoor
een zeer groot voordeel zal ondervinden.
Ofschoon ik nu evenmin als een ander kan bereke-
nen, welk besluit door de Tweede Kamer in dezen
zal worden genomen, zoo is het voor de velen, die
hierbü een zoo overgroot. belang hebben , waarbü wel
Q degelijk ook de handelaren , die hunne goederen over
j de Zuiderzee doen vervoeren, zeer te wenscheu, dat
wanneer tot het verleenen van eene subsidie nog weder
‘ mogt worden besloten, dan daarbij als op de voorgrond
, wordt bepaald, dat aan beide züdeu der sluizen zoo-
danige inrigtingen worden gemaakt, dat ook bij eenig
j onstuimig weêr, en de wind als op de sluizen waait,
1 de schippers of` gezagvoerders van vaartuigen er op
j durven aan te varen, en als van uit zee komende met
j verpligt zün om uit vrees voor gevaren onder Durger·
l
I
l