HomeScheepvaart- en handelsnood; veroorzaakt door de afsluiting van het IJ bij Schellingwoude en de bezwaren, daaruit voortvloeijendPagina 14

JPEG (Deze pagina), 453.60 KB

TIFF (Deze pagina), 3.38 MB

PDF (Volledig document), 8.02 MB

12 j
damsche Kanaalmaatschappü door den staat zou worden
geholpen, om met de werkzaamheden te kunnen voort-
gaan, ofschoon de meeste steenen voor het bouwen der
sluizen toen reeds aan den dijk stonden en jhr. Rutgers
van Rozenburg die wolk zag hangen, begreep Zltld.
dat het noodig was de staking van de verdere werk-
zaamheden zoo mogelijk te voorkomen.
Tot dat einde werd door Zlid. zeer kort voor dat l
de zaak in de Tweede Kamer in behandeling zou ko- j
men, een door ZEd. gesteld werkje, getiteld: ,,De r,
strekking der overeenkomst tusschen den Staat der Ne-
derlandel en de Amsterdamsche Kanaalmaatschappij",
hoewel het niet in den handel was gebragt, aan de
leden rondgedeeld, waarin ZEd. met zeer vele becüf'e­
ringen en hoogdravende beweringen als in hoofdzaak
betoogde, dat wanneer de uitvoering der werken ‘
werd voortgezet, de gevolgen daarvan in allen
opzigte zeer gunstig en voordeelig zouden wezen, en
het daarom moest worden betreurd, er niet alleen zelfs l
onder de leden eenigen waren die hierover geheel anders
schenen te denken en wel als zeker vermeenden dat '
men zich op een verkeerden weg bevond, waarbij
l ZEd. toen niet heeft vergeten, om mü niet alleen in j
een hoogst ongunstig daglicht te plaatsen, maar zelfs l
beschuldigde, als de eenige aanvoerder te zün geweest
van de agitatie die door de schippers tegen de afdam·
ming van het IJ steeds was ingebragt. Ofschoon ik
het toen zeer ver beneden mü heb gerekend, om ZEd.
in het openbaar onder de aandacht te brengen, j
mij verregaand lasterlijk te hebben beschuldigd, zoo
doe ik zulks thans bü deze gelegenheid. j
Daar genoemde heer R. van Rozenburg het laatste l
onderzoek omtrent de werken bü de Oranjesluizen als
l
1
l