HomeScheepvaart- en handelsnood; veroorzaakt door de afsluiting van het IJ bij Schellingwoude en de bezwaren, daaruit voortvloeijendPagina 11

JPEG (Deze pagina), 430.64 KB

TIFF (Deze pagina), 3.40 MB

PDF (Volledig document), 8.02 MB

-%­
9
­ werkje al vragender wüze hierop geantwoord: ,,Indien J
r nu voor de afdamming (als van zelf aan de zeezijde)
= eene haven is, waar 300 vaartuigen van gewone grootte
i kunnen worden geborgen, of die vaartuigen dan in die
r haven niet veiliger en voor ijsgang zijn bevrijd, dan
op het IJ, nu er geen haven is."
t Daar sedert 1867 de toestanden in het IJ voorko-
· mende nog geheel dezelfde zün , zoo kan de minst be-
t lt kende met het schippershedrijf over deze belangrijke
l t verklaringen wel eens oordcelen.
l Omtrent eene inrigting aan de Zeezüde, zoo heb ik
Y aan den WelEd. heer Voorzitter van de vergadering te
, kennen gegeven, die in het belang der scheepvaart in
{ hoofdzaak zoodanig moest worden gemaakt, zoo onge-
i veer als die op mijne teekening was voorgesteld, welke
e laatste teekening ik aan den heer Voorzitter op zijn
­ v-erzoek heb gegeven.
> Hoewel ik mij overtuigd houde dat Z. Ex. de Minis-
' ter van Binnen]. Zaken, daar die met een en ander is
9 ingelicht, in vereeniging met de meeste leden der
Tweede Kamer, wel zoo veel doenlijk zal medewerken
l dat in de bezwaren die voor de scheepvaart en den
E handel door de afsluiting van het Y bü de Oranje-
­ sluizen zijn ontstaan, nu eens als voor goed een eind
­ t zal worden gemaakt, ten minsten wanneer er toe mogt
3 worden besloten om de Kanaalmaatschappü nog weder
1 in staat te stellen met de uitvoering der werken te
ë kunnen voortgaan, waarop van de zijde der Directie
M wel zal worden aangedrongen, vooral omdat ik ver-
3 meen, die er nog als vroeger eenig personeel belang
l bij hebben, zoo zou ik met het hiervoren medegedeelde
­ wel hebben kunnen eindigen; maar daar ik overtuigd
¤ ben, dat in verhouding de bezwaren en gevaren als